Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 314
Dossier 26
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag op dun papier).

3 augustus 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag op dun papier). 3 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven, bovenaan midden:] Verzonden 3/8
[Handgeschreven, bovenaan rechts:] W. de Koen

den Heer W.Koen,
Ophelialaan 83,
A a l s m e e r.

22/11/2 M 3 Augustus 1940.

Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 26 Juli jl. bericht ik U, dat U als houder van een voorkeurskaart voor een plaats op de markt Ten Katestraat verplicht is ten minste twee malen per week een plaats op de bedoelde markt te bezetten. Indien U hieraan geen gevolg geeft zal Uw voorkeurskaart worden ingetrokken, op grond van de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.

De Directeur, Deze korte, zakelijke brief is een officiële waarschuwing van de marktdirectie aan een marktkraamhouder, de heer W. Koen. De kern van de boodschap is een herinnering aan de aanwezigheidsplicht: wie een 'voorkeurskaart' (een vaste vergunning) heeft voor de Ten Katemarkt in Amsterdam, moet daar minimaal twee keer per week fysiek aanwezig zijn met een kraam.

De toon is strikt bureaucratisch en dreigend ("zal Uw voorkeurskaart worden ingetrokken"). Het is een reactie op een eerdere brief van Koen van 26 juli 1940, waarin hij mogelijk redenen aanvoerde voor zijn afwezigheid of vroeg om een uitzondering. De directie wijst dit verzoek impliciet af door strikt vast te houden aan het 'Reglement op de Markten'. De datum van de brief, 3 augustus 1940, is van groot historisch belang. De Duitse bezetting van Nederland was op dat moment ruim twee maanden oud. Hoewel de brief op het eerste gezicht een alledaagse administratieve kwestie lijkt, vonden dergelijke handelingen plaats in een steeds grimmiger wordende context.

  1. Bureaucratie onder bezetting: Het ambtenarenapparaat in steden als Amsterdam bleef na de inval grotendeels functioneren en voerde bestaande reglementen strikt uit.
  2. De Ten Katemarkt: Deze markt in Amsterdam Oud-West lag in een buurt met veel Joodse bewoners en handelaren. In de loop van 1940 en 1941 werden Joodse marktkooplieden stelselmatig gedwarsboomd door nieuwe, discriminerende regels, tot ze uiteindelijk geheel verbannen werden naar specifieke 'Joodse markten' en later hun beroep helemaal niet meer mochten uitoefenen.
  3. W. Koen: Hoewel de brief zelf niet expliciet melding maakt van de achtergrond van de heer Koen, is de naam Koen (of Cohen) vaak Joods. In archieven uit deze periode zie je vaak dat de autoriteiten "regels" gebruikten om mensen wiens bestaan al onder druk stond (bijvoorbeeld door reisbeperkingen of andere anti-Joodse maatregelen) formeel hun vergunning te ontnemen wegens 'niet-naleving'. Vanuit Aalsmeer naar Amsterdam reizen was bovendien in oorlogstijd geen vanzelfsprekendheid.
  4. De Voorkeurskaart: Dit was een felbegeerd recht dat zekerheid bood op een vaste plek. Het dreigen met intrekking was een directe aanval op de bestaanszekerheid van de geadresseerde. W. Koen W. de Koen

Samenvatting

Deze korte, zakelijke brief is een officiële waarschuwing van de marktdirectie aan een marktkraamhouder, de heer W. Koen. De kern van de boodschap is een herinnering aan de aanwezigheidsplicht: wie een 'voorkeurskaart' (een vaste vergunning) heeft voor de Ten Katemarkt in Amsterdam, moet daar minimaal twee keer per week fysiek aanwezig zijn met een kraam.

De toon is strikt bureaucratisch en dreigend ("zal Uw voorkeurskaart worden ingetrokken"). Het is een reactie op een eerdere brief van Koen van 26 juli 1940, waarin hij mogelijk redenen aanvoerde voor zijn afwezigheid of vroeg om een uitzondering. De directie wijst dit verzoek impliciet af door strikt vast te houden aan het 'Reglement op de Markten'.

Historische Context

De datum van de brief, 3 augustus 1940, is van groot historisch belang. De Duitse bezetting van Nederland was op dat moment ruim twee maanden oud. Hoewel de brief op het eerste gezicht een alledaagse administratieve kwestie lijkt, vonden dergelijke handelingen plaats in een steeds grimmiger wordende context.

  1. Bureaucratie onder bezetting: Het ambtenarenapparaat in steden als Amsterdam bleef na de inval grotendeels functioneren en voerde bestaande reglementen strikt uit.
  2. De Ten Katemarkt: Deze markt in Amsterdam Oud-West lag in een buurt met veel Joodse bewoners en handelaren. In de loop van 1940 en 1941 werden Joodse marktkooplieden stelselmatig gedwarsboomd door nieuwe, discriminerende regels, tot ze uiteindelijk geheel verbannen werden naar specifieke 'Joodse markten' en later hun beroep helemaal niet meer mochten uitoefenen.
  3. W. Koen: Hoewel de brief zelf niet expliciet melding maakt van de achtergrond van de heer Koen, is de naam Koen (of Cohen) vaak Joods. In archieven uit deze periode zie je vaak dat de autoriteiten "regels" gebruikten om mensen wiens bestaan al onder druk stond (bijvoorbeeld door reisbeperkingen of andere anti-Joodse maatregelen) formeel hun vergunning te ontnemen wegens 'niet-naleving'. Vanuit Aalsmeer naar Amsterdam reizen was bovendien in oorlogstijd geen vanzelfsprekendheid.
  4. De Voorkeurskaart: Dit was een felbegeerd recht dat zekerheid bood op een vaste plek. Het dreigen met intrekking was een directe aanval op de bestaanszekerheid van de geadresseerde.

Genoemde Personen 2

Locaties

Ten Katemarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Dieren: Kat Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6