Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 18 maart 1939. Waarschijnlijk een functionaris van de gemeente Utrecht (ondertekend door H. Müller). [Handgeschreven rechtsboven:] H. Müller
[Rechtsboven:] M/G.
[Linksboven:]
46A/14/2 M
n 2
[Rechts midden:]
18 Maart 1939.
den Heer Directeur van den
Gemeentelyken Reinigings-,
Markt- en Havendienst,
Veemarktplein 30,
U t r e c h t .
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 23 Februari jl.
(No. $\frac{497}{502}$/21/4 Z.Wr.) heb ik de eer U het navolgende te berichten.
Op de Vischmarkt hier ter stede wordt op twee wyzen handel gedreven:
a) in de hal, alwaar op den Gemeentelyken afslag de visch, die voor dit doel wordt aangevoerd, van gemeentewege wordt afgeslagen;
b) op het zoogenaamde buitenterrein, waar de visch door grossiers "uit de hand" wordt verkocht.
Op beide plaatsen geschiedt de verkoop uitsluitend aan wederverkoopers (winkeliers, marktkooplieden en venters)
Ook op de Amsterdamsche Vischmarkt valt in de laatste jaren een teruggang in den verkoop waar te nemen, hetgeen uit de bygevoegde overzichten blykt:
bylage A geeft een overzicht van de in den afslag verkochte hoeveelheden visch in de jaren 1936, 1937 en 1938;
bylage B idem verkoop buitenterrein.
De opbrengst in geld van de op den afslag verkochte visch was:
in 1936: ƒ 229.061,04;
in 1937: ƒ 218.929,94;
in 1938: ƒ 179.614,33. * Inhoud: De brief dient als rapportage over de status van de vishandel in Utrecht in antwoord op een eerdere informatievraag. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de officiële gemeentelijke afslag in de hal en de vrije handel door grossiers op het buitenterrein.
* Kernboodschap: Er is sprake van een significante daling in de omzet van de visverkoop. De cijfers laten zien dat de opbrengst van de afslag tussen 1936 en 1938 met ruim 21% is gedaald (van ±229.000 naar ±180.000 gulden).
* Terminologie:
* Afgeslagen: Verkocht via een veiling bij afslag.
* Uit de hand: Directe verkoop zonder tussenkomst van een veiling.
* Wederverkoopers: De doelgroep van de markt, bestaande uit detailhandelaren en ambulante handelaren (venters). Dit document stamt uit de late jaren '30, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De economische malaise van de jaren '30 (de Grote Depressie) kende nog steeds haar naweeën, wat de genoemde teruggang in de visverkoop kan verklaren. Het vermelden van de situatie in Amsterdam suggereert dat de afzender wilde aantonen dat de daling in Utrecht geen lokaal incident was, maar paste in een bredere nationale trend. De Vischmarkt in Utrecht was destijds een centraal punt voor de voedselvoorziening in de stad. De brief illustreert de nauwe betrokkenheid van de gemeente bij de regulering en exploitatie van markten via de "Gemeentelyken Reinigings-, Markt- en Havendienst".