Ambtsbrief of officieel administratief memorandum.
Origineel
Ambtsbrief of officieel administratief memorandum. 18 Maart (jaar onbekend, op basis van spelling vermoedelijk begin 20e eeuw). 1 18 Maart 9
46A/14/2 den Heer Directeur v.d. Gem.
Utrecht. Rein.-, Markt- en Havendienst
De opbrengst in geld van de op het zoogenaamde
"buitenterrein" verhandelde visch is niet bekend, daar myn
dienst met den verkoop op dit terrein geen bemoeiënis heeft.
Zooals hierboven bereids werd meegedeeld, geschiedt
de verkoop uitsluitend aan wederverkoopers. De verkoop aan
particulieren naast verkoop aan handelaren lykt my onge-
wenscht, omdat de afslag dan eensdeels als leverancier der
handelaren, anderdeels als hun concurrent optreedt. Van de
onderlinge concurrentie der handelaren gaat myns inziens
voldoende prysregelende invloed uit; hier ter stede is al-
thans nog nimmer de behoefte gevoeld, den vischafslag als
prysregelaar in den kleinhandel te betrekken.
Indien U nadere inlichtingen verlangt, zal ik U
deze gaarne verstrekken.
De Directeur, * **Kernboodschap:** De schrijver (een niet nader genoemde directeur van een andere gemeentelijke dienst) laat weten dat hij geen informatie heeft over de geldelijke omzet van de vishandel op het "buitenterrein".
- Beleidsstandpunt: Er wordt expliciet verdedigd waarom de visafslag alleen aan wederverkopers (groothandel/handelaren) verkoopt en niet aan particulieren. De reden is principieel: de afslag wil geen directe concurrent worden van de handelaren aan wie zij levert.
- Marktvisie: De tekst getuigt van een klassiek liberaal economisch inzicht. De schrijver stelt dat de markt (de onderlinge concurrentie tussen handelaren) zelf voor een goede prijsvorming zorgt, waardoor overheidsingrijpen in de kleinhandelsprijzen via de visafslag onnodig is.
- Stijl: Formeel, zakelijk en beslist. Dit document biedt een inkijkje in het marktbeheer van de gemeente Utrecht in het verleden. De vismarkt was een streng gereguleerde aangelegenheid. De "Gemeentelijke Reinigings-, Markt- en Havendienst" was verantwoordelijk voor de infrastructuur en orde op de markten. Dit schrijven lijkt deel uit te maken van een interne discussie over de doelmatigheid of de uitbreiding van de visverkoop naar particulieren, waarbij de directie vasthoudt aan de bestaande scheiding tussen groothandel (via de afslag) en kleinhandel (via de handelaren). De term "buitenterrein" suggereert een informele of minder gecontroleerde handelsplek buiten de officiële visafslag.
Samenvatting
- Kernboodschap: De schrijver (een niet nader genoemde directeur van een andere gemeentelijke dienst) laat weten dat hij geen informatie heeft over de geldelijke omzet van de vishandel op het "buitenterrein".
- Beleidsstandpunt: Er wordt expliciet verdedigd waarom de visafslag alleen aan wederverkopers (groothandel/handelaren) verkoopt en niet aan particulieren. De reden is principieel: de afslag wil geen directe concurrent worden van de handelaren aan wie zij levert.
- Marktvisie: De tekst getuigt van een klassiek liberaal economisch inzicht. De schrijver stelt dat de markt (de onderlinge concurrentie tussen handelaren) zelf voor een goede prijsvorming zorgt, waardoor overheidsingrijpen in de kleinhandelsprijzen via de visafslag onnodig is.
- Stijl: Formeel, zakelijk en beslist.
Historische Context
Dit document biedt een inkijkje in het marktbeheer van de gemeente Utrecht in het verleden. De vismarkt was een streng gereguleerde aangelegenheid. De "Gemeentelijke Reinigings-, Markt- en Havendienst" was verantwoordelijk voor de infrastructuur en orde op de markten. Dit schrijven lijkt deel uit te maken van een interne discussie over de doelmatigheid of de uitbreiding van de visverkoop naar particulieren, waarbij de directie vasthoudt aan de bestaande scheiding tussen groothandel (via de afslag) en kleinhandel (via de handelaren). De term "buitenterrein" suggereert een informele of minder gecontroleerde handelsplek buiten de officiële visafslag.