Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 16 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten van de gemeente Amsterdam). Den Heer J. Dagloonder, Tugelaweg 103 III, Amsterdam-O. (Rechtsboven, handgeschreven):
Zen. M. de Boer.
(Linksboven, getypt):
VP/DV.
(Links, getypt):
25/75/2 M.
(Midden links, handgeschreven):
Verzonden 17/5 '40.
(Rechts, getypt):
16 Mei 1940.
(Geadresseerde):
den Heer J. Dagloonder,
Tugelaweg 103 III,
Amsterdam-O.
(Inhoud):
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 22 April jl. ver-
leen ik U hierbij gedurende ten hoogste vier weken na dato dezes
uitstel van Uw verplichting om regelmatig van Uw voorkeurskaart
voor een plaats op de markt Albert Cuypstraat gebruik te maken.
(Ondertekening):
De Directeur, Deze brief is een officiële administratieve mededeling aan een marktkoopman, de heer J. Dagloonder. Het document bevestigt dat hij tijdelijk (maximaal vier weken) zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt niet hoeft te bezetten zonder zijn rechten te verliezen. Normaal gesproken was een houder van een "voorkeurskaart" verplicht om de marktplaats regelmatig te gebruiken; deed men dit niet, dan kon de kaart en daarmee de vaste plek op de markt worden ingetrokken. Het verzoek hiervoor was door de heer Dagloonder al op 22 april ingediend, ruim twee weken voor de Duitse inval in Nederland. De datum van de brief, 16 mei 1940, is historisch zeer beladen. Het is de dag onmiddellijk na de officiële capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten (15 mei 1940) aan nazi-Duitsland. De brief laat zien dat de gemeentelijke bureaucratie in de dagen direct na de overgave, ondanks de chaos van de oorlog, bleef functioneren.
De locatie is eveneens van belang: de Albert Cuypmarkt in Amsterdam-Zuid en de Tugelaweg in Amsterdam-Oost. De Tugelaweg lag in de Transvaalbuurt, een wijk waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden. Veel marktkooplieden op de Albert Cuyp waren eveneens Joods. Hoewel deze brief op het eerste gezicht een routinekwestie lijkt, markeert het de overgang naar de bezettingsperiode waarin dergelijke administratieve processen later gebruikt zouden worden voor de systematische uitsluiting en vervolging van de Joodse bevolking. J. Dagloonder M. Handgeschreven M. de Boer Gemeente Amsterdam