Getypte brief (vermoedelijk een doorslag voor het archief).
Origineel
Getypte brief (vermoedelijk een doorslag voor het archief). 23 mei 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer S. Pinto, Govert Flinckstraat 361, Amsterdam-Zuid. L.v. H. de Graer
VP/HG. extra
25/87/2 M.
23 Mei 1940.
den Heer S. Pinto,
Govert Flinckstraat 361,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 8 dezer be-
richt ik U, dat het daarin vervatte verzoek om U toe te staan
zich te laten bijstaan op de markt Albert Cuypstraat door Uw
zoon, niet voor inwilliging in aanmerking kan komen.
De Directeur, De kern van dit document is een ambtelijke afwijzing. De heer S. Pinto, een marktkoopman op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam, had op 8 mei 1940 per briefkaart verzocht of zijn zoon hem mocht bijstaan bij zijn marktkraam. De directeur (van de betreffende gemeentelijke dienst) wijst dit verzoek resoluut af. Het woord "niet" is in de getypte tekst onderstreept om de weigering te benadrukken.
De toon is kortaf en formeel, typerend voor de bureaucratie van die tijd. Er wordt geen specifieke reden voor de afwijzing gegeven, wat suggereert dat het een beleidsmatige beslissing was of dat de ambtenaar zich niet verplicht voelde de weigering te motiveren. De datum van dit document, 23 mei 1940, is zeer significant. Het is slechts negen dagen na de overgave van Nederland aan nazi-Duitsland en dertien dagen na het begin van de invasie. Hoewel de grootschalige anti-Joodse maatregelen van de bezetter toen nog officieel op gang moesten komen, was de administratieve druk op de Joodse bevolking al merkbaar.
De naam van de ontvanger, S. Pinto (Salomo Pinto), is een veelvoorkomende Sefardisch-Joodse naam in Amsterdam. De Govert Flinckstraat ligt in de Pijp, een buurt die destijds veel Joodse bewoners en marktkooplieden kende die op de nabijgelegen Albert Cuypmarkt werkten.
Hoewel de brief niet expliciet melding maakt van de afkomst van de heer Pinto, moet deze afwijzing gezien worden in het licht van de beginnende bezetting. De bureaucratie bleef in de eerste dagen na de capitulatie gewoon doorfunctioneren, maar de bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden voor Joodse burgers werden al zeer snel ingeperkt, vaak nog voordat de formele 'verordeningen' van de nazi's van kracht werden. Dit document is een vroeg voorbeeld van de uitsluiting die de Joodse gemeenschap in de jaren daarna totaal zou isoleren. H. de Graer S. Pinto