Handgeschreven ambtelijk rapport/proces-verbaal.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk rapport/proces-verbaal. 20 november 1940 (met latere administratieve aantekeningen tot 4 december 1940). [Stempel linksboven:]
Nº 25/243/1 M. 1940 29/11
[Rechtsboven:]
den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier
Rapport.
Bij de heden gehouden contrôle tusschen 17.15 u en 17.30 u betreffende de tijdige marktontruiming bleken de navolgende koopluiers in overtreding:
✓ Plh 117 A. Groenteman: diens assistent H. Sprinkman was bezig een partij visch schoon te maken;
✓ Plh 135 Th. Boeke: leverde mosselen af; niet ingepakt
Plh 159 A Polak: niet ingepakt
Plh 247 A van Velzen: niet ingepakt, leverde bovendien fruit af
[In het midden, rode/zwarte inkt:]
25/243/2 29/11-'40
Amsterdam, 20 Nov '40
[Lijst onderaan met aantekeningen:]
Th. Boeke, 1e J. v.d. Heydenstr. 125 I [Kenmerk:] 25/243/2
1e melding.
A. Groenteman, Blasiusstr. 86 I [Kenmerk:] 25/243/3
1e melding
A. Polak, Iepenweg 25 I [Kenmerk:] 25/243/4
1e melding
A. v. Velzen, Hogendorpstraat 19 II [Kenmerk:] 25/243/5
[Rechtsonder, schuin geschreven:]
Waarsch. [Waarschuwing]
[Aantekening uiterst rechtsonder in rood/zwart:]
25/234/21 t/m 20/11 1 dag voorwaardelijk geschorst wegens niet tijdig markt verlaten.
2 dagen waarvan 1 dag va vroeger
Be 4 Dec HAD Het document is een dagelijks rapport van een marktinspecteur die toezicht houdt op de "marktontruiming". In de herfst van 1940 gold er een strikte regelgeving over hoe laat de kramen leeg en de koopwaar ingepakt moest zijn.
Vier kooplieden worden bij naam genoemd:
1. A. Groenteman (Plaatsnummer 117): Zijn assistent was nog vis aan het schoonmaken na het sluitingsuur.
2. Th. Boeke (Plaatsnummer 135): Was nog mosselen aan het afleveren in plaats van in te pakken.
3. A. Polak (Plaatsnummer 159): Had de waar nog niet ingepakt.
4. A. van Velzen (Plaatsnummer 247): Was nog niet ingepakt en leverde nog fruit af.
De administratieve verwerking toont aan dat voor de meeste kooplieden een "1e melding" (eerste waarschuwing) werd geregistreerd. De aantekening onderaan suggereert een strengere straf voor een herhaalde overtreding: een schorsing van twee dagen, waarvan één dag voorwaardelijk. Dit document stamt uit november 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de marktcontrole een reguliere taak was van de Amsterdamse gemeente (Marktwezen), kreeg de handhaving in deze periode een grimmiger karakter.
Opvallend zijn de namen "Groenteman" en "Polak", typisch Amsterdams-Joodse namen. In 1941 zouden Joodse kooplieden volledig van de algemene markten worden verbannen en verbannen worden naar specifieke "Joodsche markten". In november 1940, de periode van dit document, waren de beperkingen voor Joodse burgers al in volle gang (zoals de ariërverklaring voor ambtenaren in oktober 1940). De strikte handhaving van bijzaken zoals de exacte tijd van inpakken werd door de bezetter en meewerkende instanties vaak gebruikt als instrument om Joodse ondernemers het werken onmogelijk te maken.
Het document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de stad, zelfs onder bezetting, haar markten bleef reguleeren. A. Groenteman A. Polak A. van Velzen H. Sprinkman J. v.d. Heydenstr Marktwezen