Officiële brief / schriftelijke waarschuwing.
Origineel
Officiële brief / schriftelijke waarschuwing. 21 maart 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). De heer E. Mouw, Retiefstraat 46 I, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven, rechtsboven:] Lev. M. de Boer.
[Getypt:]
HG.
27/25/2 M. [Handgeschreven:] Verzonden 22/3-'40. [Getypt:] 21 Maart 1940.
den Heer E. Mouw,
Retiefstraat 46 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
Mij is gerapporteerd, dat U op 16 Maart jl. Uw
plaats op de markt Ten Katestraat in verontreinigden toestand
hebt achtergelaten. Ik waarschuw U hierbij ernstig, dit
voortaan na te laten.
De Directeur, De brief betreft een officiële berisping aan een marktkoopman, de heer E. Mouw. De aanleiding is een overtreding van de marktvoorschriften op 16 maart 1940: het vervuild achterlaten van een standplaats op de Ten Katemarkt in Amsterdam-West. De toon van de brief is formeel en streng ("Ik waarschuw U hierbij ernstig").
Opvallende details in het document zijn:
* Handgeschreven notities: De aantekening "Verzonden 22/3-'40" bevestigt de administratieve afhandeling één dag na de dagtekening. De naam rechtsboven ("Lev. M. de Boer.") verwijst mogelijk naar de behandelend ambtenaar of een specifieke dossierhouder.
* Terminologie: Het gebruik van "jl." (jongstleden) en de spelling "verontreinigden" zijn kenmerkend voor het ambtelijk taalgebruik van die tijd.
* Indeling: De aanduiding "Wijk 20" bij het adres van de ontvanger wijst op de toenmalige administratieve wijkindeling van Amsterdam. Dit document stamt uit maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De ontvanger, de heer Mouw, woonde in de Retiefstraat in de Transvaalbuurt (Amsterdam-Oost). Deze buurt was destijds een centrum van de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam als marktkoopman.
Hoewel de brief een alledaagse administratieve waarschuwing lijkt over marktvervuiling, krijgt dergelijke correspondentie in de context van de naderende bezetting vaak een extra laag. In de oorlogsjaren werden Joodse marktkooplieden via vergelijkbare administratieve wegen steeds verder beperkt in hun vrijheden, totdat zij uiteindelijk geheel van de markten werden geweerd. Documenten als deze bieden waardevol inzicht in de reguliere handhaving en bureaucratie direct voorafgaand aan deze ingrijpende historische periode. E. Mouw M. de Boer