Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 26
Dossier 5
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke rapportage/adviesbrief.

4 december 1940 (met stempel 5/12/40).

Origineel

Ambtelijke rapportage/adviesbrief. 4 december 1940 (met stempel 5/12/40). [Linksboven:]
Verzoek K.v. Houten om tot de markten te worden toegelaten.

[Rechtsboven:]
A’dam, 4/12 1940
W. b. U. 31/50/2 M
[Rode stempel:] 31/50/2 M
[Datumstempel:] 5/12/40 AR

[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief dd. 16 November j.l. onder no 104/L.M. 1940 om advies ontvangen stuk heb ik de eer U te berichten, dat adressant op de algemeene dag- en weekmarkten vertooningen placht te geven met gedresseerde vogels (parkieten); hij verkocht dan aan het publiek foto’s van deze vogels.

Ik achtte het ongewenscht, dat de markten werden gebruikt voor het geven van dergelijke [doorgestreept: kermisachtige] vertooningen; [kantlijnnotitie: t.w. die m.i. niet op de markten thuis behoren,] [doorgestreept: immers daar een eigenlijke kermis voor bestemd is. Ik heb dan ook krachtens artikel 75 sub a der A.P.V. in verband met het geven van vertooning aan de publieke weg] eenigen tijd geleden aan het bediende personeel opdracht gegeven aan bovengenoemde persoon geen plaats meer te verstrekken.

Van Houten verzoekt thans weder tot de markten te worden toegelaten om daar vogels en vogelzaad te verkoopen. In een onderhoud, dat hij terzake met den Inspecteur van mijn dienst had, verklaarde hij echter, dat zulks onmogelijk zou zijn, indien hem werd geweigerd de vertooningen met zijn gedresseerde vogels te geven.

Op grond van het bovenstaande heb ik de eer U te adviseeren, mede met het oog op de consequenties, op het verzoek van adressant afwijzend te beschikken.

[Ondertekend met initialen, mogelijk:] St D
4/12 40

[Onderaan de pagina, gescheiden door een lijn:]
Op de markten traden verder nog op een zgn. boeienkoning, die, om een plaats te kunnen verkrijgen, potlooden verkocht en een waarzegster, die gedrukte voorspellingen van de toekomst verkocht. Dit document is een ambtelijk advies aan het gemeentebestuur van Amsterdam betreffende een marktvergunning. De kern van de zaak is het onderscheid tussen 'handel' en 'vermaak'. De verzoeker, K. van Houten, wil vogels verkopen, maar gebruikt hiervoor een show met gedresseerde parkieten als trekpleister.

De ambtenaar adviseert negatief omdat hij dergelijke "vertooningen" vindt thuishoren op een kermis en niet op een reguliere markt. Opvallend zijn de doorhaalingen in de tekst: de schrijver kiest voor een algemenere formulering ("niet thuis behoren") in plaats van de specifieke verwijzing naar de kermis of artikel 75 van de APV (Algemene Plaatselijke Verordening). De vrees voor "consequenties" duidt op het voorkomen van een precedent; als Van Houten toestemming krijgt, kunnen andere straatartiesten (zoals de genoemde boeienkoning of waarzegster) ook onder het mom van handel hun kunsten gaan vertonen. Het document dateert van december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de politieke situatie niet direct in de tekst naar voren komt, toont het document de voortgang van het dagelijks lokaal bestuur en de strikte handhaving van de openbare orde en marktreglementen in Amsterdam. In deze periode probeerden veel mensen op creatieve of onorthodoxe wijze in hun levensonderhoud te voorzien door de economische ontregeling. De genoemde "boeienkoning" en "waarzegster" illustreren de marge van de straathandel en het kleine amusement dat de autoriteiten probeerden te reguleren of te weren uit het officiële straatbeeld.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies aan het gemeentebestuur van Amsterdam betreffende een marktvergunning. De kern van de zaak is het onderscheid tussen 'handel' en 'vermaak'. De verzoeker, K. van Houten, wil vogels verkopen, maar gebruikt hiervoor een show met gedresseerde parkieten als trekpleister.

De ambtenaar adviseert negatief omdat hij dergelijke "vertooningen" vindt thuishoren op een kermis en niet op een reguliere markt. Opvallend zijn de doorhaalingen in de tekst: de schrijver kiest voor een algemenere formulering ("niet thuis behoren") in plaats van de specifieke verwijzing naar de kermis of artikel 75 van de APV (Algemene Plaatselijke Verordening). De vrees voor "consequenties" duidt op het voorkomen van een precedent; als Van Houten toestemming krijgt, kunnen andere straatartiesten (zoals de genoemde boeienkoning of waarzegster) ook onder het mom van handel hun kunsten gaan vertonen.

Historische Context

Het document dateert van december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de politieke situatie niet direct in de tekst naar voren komt, toont het document de voortgang van het dagelijks lokaal bestuur en de strikte handhaving van de openbare orde en marktreglementen in Amsterdam. In deze periode probeerden veel mensen op creatieve of onorthodoxe wijze in hun levensonderhoud te voorzien door de economische ontregeling. De genoemde "boeienkoning" en "waarzegster" illustreren de marge van de straathandel en het kleine amusement dat de autoriteiten probeerden te reguleren of te weren uit het officiële straatbeeld.

Locaties

Amsterdam (A'dam).

Gerelateerde Documenten 6