Getypte ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie). 5 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven:] Extra
VD/HG.
31/58/2 M.
5 December 1940.
Verzoek K.van Houten
om tot de markten te
worden toegelaten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 16 November jl. onder no.1041 L.M.1940 om advies ontvangen stuk heb ik de eer U te berichten, dat adressant op de algemeene dag- en weekmarkten vertooningen placht te geven met gedresseerde vogels (parkieten); hij verkocht dan aan het publiek foto's van deze vogels. Op de markten traden verder nog op een zoogenaamde boeienkoning, die, om een plaats te kunnen verkrijgen, potlooden verkocht en een waarzegster, die gedrukte voorspellingen van de toekomst verkocht. Ik achtte het ongewenscht, dat de markten werden gebruikt voor het geven van dergelijke vertooningen, die mijns inziens niet op de markten thuis behooren; trouwens artikel 75 sub a der Algemeene Politie Verordening verbiedt het geven van vertooningen aan den openbaren weg. Ik heb dan ook eenigen tijd geleden het personeel opdracht gegeven aan bovenbedoelde personen geen plaats meer te verstrekken.
Van Houten verzoekt thans weder tot de markten te worden toegelaten om daar vogels en vogelzaad te verkoopen. In een onderhoud, dat hij terzake met den Inspecteur van mijn dienst had, verklaarde hij echter, dat zulks onmogelijk zou zijn, indien hem werd geweigerd de vertooningen met zijn gedresseerde vogels te geven.
Op grond van het bovenstaande heb ik de eer U te adviseeren, mede met het oog op de consequenties, op het verzoek van adressant afwijzend te beschikken.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een negatief advies van een gemeentelijke directeur aan een wethouder. Een zekere K. van Houten wil opnieuw toestemming om op de markt te staan. Eerder was hij geweerd omdat hij geen handel dreef, maar "vertooningen" (shows) gaf met gedresseerde parkieten. De directeur wijst erop dat dit soort amusement (waaronder ook een boeienkoning en een waarzegster worden genoemd) volgens de Algemene Politie Verordening (APV) verboden is op de openbare weg en niet op een markt thuishoort. Hoewel Van Houten nu beweert vogels en zaad te willen verkopen, heeft hij zelf toegegeven dat dit niet rendabel is zonder zijn parkietenshow. Daarom wordt geadviseerd het verzoek af te wijzen.
* Taal en stijl: Het document is opgesteld in een uiterst formele, ambtelijke stijl die typerend is voor de eerste helft van de 20e eeuw ("heb ik de eer U te berichten", "afwijzend te beschikken"). Het gebruik van de dubbele 'e' in woorden als "algemeene" duidt op de spelling-Marchant die destijds gangbaar was.
* Status: Het document reflecteert de strikte scheiding die de overheid wilde aanbrengen tussen ordelijke markthandel en 'ongepast' volksvermaak. * Tijdsbeeld: De brief dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven de lokale administratieve processen en de handhaving van de Algemene Politie Verordening grotendeels ongewijzigd doorgaan.
* Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze specifieke wethouderspost was in oorlogstijd cruciaal vanwege de toenemende schaarste en de invoering van de distributie (de bonkaart). Dat de directeur direct aan deze wethouder rapporteert, onderstreept het belang van de markt voor de voedselvoorziening; men wilde de ruimte op de markt waarschijnlijk uitsluitend reserveren voor de verkoop van noodzakelijke goederen, niet voor entertainment.
* Sociaal-cultureel: Het document geeft een zeldzaam inkijkje in de randverschijnselen van de toenmalige markten. Figuren als een boeienkoning (een ontsnappingskunstenaar) en een waarzegster waren klassieke vormen van straatvermaak die onder druk kwamen te staan door modernere regelgeving en strenger toezicht op de openbare orde.