Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 24
Dossier 82
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.

5 december 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen of Politie), getekend met "C. de Boer" (handgeschreven rechtsboven). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (ter plaatse).

Origineel

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 5 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen of Politie), getekend met "C. de Boer" (handgeschreven rechtsboven). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (ter plaatse). [Handgeschreven rechtsboven:] C. de Boer

[Getypt linksboven:] VD/HG.

[Handgeschreven midden boven:] Verzonden 5/12

[Getypt links:] 31/58/2 M.

[Getypt rechts:] 5 December 1940.

Verzoek K. van Houten om tot de markten te worden toegelaten.

den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 16 November jl. onder no.1041 L.M.1940 om advies ontvangen stuk heb ik de eer U te berichten, dat adressant op de algemeene dag- en weekmarkten vertooningen placht te geven met gedresseerde vogels (parkieten); hij verkocht dan aan het publiek foto's van deze vogels. Op de markten traden verder nog op een zoogenaamde boeienkoning, die, om een plaats te kunnen verkrijgen, potlooden verkocht en een waarzegster, die gedrukte voorspellingen van de toekomst verkocht. Ik achtte het ongewenscht, dat de markten werden gebruikt voor het geven van dergelijke vertooningen, die mijns inziens niet op de markten thuis behooren; trouwens artikel 75 sub a der Algemeene Politie Verordening verbiedt het geven van vertooningen aan den openbaren weg. Ik heb dan ook eenigen tijd geleden het personeel opdracht gegeven aan bovenbedoelde personen geen plaats meer te verstrekken.

Van Houten verzoekt thans weder tot de markten te worden toegelaten om daar vogels en vogelzaad te verkoopen. In een onderhoud, dat hij terzake met den Inspecteur van mijn dienst had, verklaarde hij echter, dat zulks onmogelijk zou zijn, indien hem werd geweigerd de vertooningen met zijn gedresseerde vogels te geven.

Op grond van het bovenstaande heb ik de eer U te adviseeren, mede met het oog op de consequenties, op het verzoek van adressant afwijzend te beschikken.

De Directeur, * Inhoud: Het document is een negatief advies van een gemeentelijk directeur aan de wethouder. Het gaat over het verzoek van een zekere K. van Houten om weer op de markt te mogen staan.
* Kern van de zaak: Van Houten gaf voorheen optredens met gedresseerde parkieten. De directeur had dit (samen met andere vormen van straatvermaak zoals een boeienkoning en een waarzegster) verboden op basis van de Algemeene Politie Verordening (APV), omdat hij dit niet op een markt vond thuishoren.
* Argumentatie: Van Houten probeert nu via een omweg weer toegang te krijgen door te stellen dat hij vogels en vogelzaad wil verkopen. Echter, hij heeft zelf toegegeven dat deze handel niet rendabel is zonder de vogel-vertoningen. De directeur adviseert het verzoek af te wijzen om precedentwerking ("de consequenties") te voorkomen.
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U te berichten", "adressant", "afwijzend te beschikken"). * Tijdsgeest: De brief dateert van december 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog op de achtergrond aanwezig is, gaat de dagelijkse bureaucratie en de handhaving van de openbare orde (via de APV) gewoon door.
* Marktwezen: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in oorlogstijd een cruciale rol vanwege de opkomende schaarste en distributie. Het feit dat de directeur van een dienst zich bezighoudt met een individuele vogel-act toont aan hoe streng en gereguleerd het gebruik van de openbare ruimte en de marktplaatsen was.
* Sociaal-historisch: De brief geeft een inkijkje in het verdwijnende straatleven van die tijd: de 'boeienkoning' en de waarzegster waren typische figuren die door de moderniserende en strengere regelgeving van de markt werden geweerd ten gunste van 'serieuze' handel.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document is een negatief advies van een gemeentelijk directeur aan de wethouder. Het gaat over het verzoek van een zekere K. van Houten om weer op de markt te mogen staan.
  • Kern van de zaak: Van Houten gaf voorheen optredens met gedresseerde parkieten. De directeur had dit (samen met andere vormen van straatvermaak zoals een boeienkoning en een waarzegster) verboden op basis van de Algemeene Politie Verordening (APV), omdat hij dit niet op een markt vond thuishoren.
  • Argumentatie: Van Houten probeert nu via een omweg weer toegang te krijgen door te stellen dat hij vogels en vogelzaad wil verkopen. Echter, hij heeft zelf toegegeven dat deze handel niet rendabel is zonder de vogel-vertoningen. De directeur adviseert het verzoek af te wijzen om precedentwerking ("de consequenties") te voorkomen.
  • Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U te berichten", "adressant", "afwijzend te beschikken").

Historische Context

  • Tijdsgeest: De brief dateert van december 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog op de achtergrond aanwezig is, gaat de dagelijkse bureaucratie en de handhaving van de openbare orde (via de APV) gewoon door.
  • Marktwezen: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in oorlogstijd een cruciale rol vanwege de opkomende schaarste en distributie. Het feit dat de directeur van een dienst zich bezighoudt met een individuele vogel-act toont aan hoe streng en gereguleerd het gebruik van de openbare ruimte en de marktplaatsen was.
  • Sociaal-historisch: De brief geeft een inkijkje in het verdwijnende straatleven van die tijd: de 'boeienkoning' en de waarzegster waren typische figuren die door de moderniserende en strengere regelgeving van de markt werden geweerd ten gunste van 'serieuze' handel.

Gerelateerde Documenten 6