Officieel bijblad/ambtelijke notitie (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Officieel bijblad/ambtelijke notitie (Alg. Zaken Model No. 14). [Stempel linksboven:]
B I J B L A D V A N:
M. No. 31/59/1 1940
DOORGEZONDEN: 22/11 [geparafeerd]
7/12 - '40 [geparafeerd]
[Rechtsboven in potlood:] 22
[In het midden, in rood potlood:] 31/59/2 M
[Hoofdtekst in inkt:]
J. Bonte, pl. 164 Uilenburg
modelbriefje
uitstel tot 1 Maart 1941
uitnodiging telkens regelmatig adres
wordt beloofd
[Handtekening/naam:] Th. Uitvlugt
[Nieuwe alinea, ander handschrift:]
M. i. [Mijns inziens] kan aan J. Bonte
worden toegestaan om ~~t/m~~
t/m februari 1941, zijn plaats
op de markt Uilenburg niet
in te nemen.
J. Bonte heeft een brief ~~van~~
~~van~~ zijn fabrikant overgelegd waaruit
bleek, dat ~~hij~~ de goederen welke
hij gedurende de wintermaanden
op de markt verkoopt, pas weer
tegen het voorjaar kunnen worden
geleverd.
[Rechterkant, diverse aantekeningen:]
25-11-'40
de Kaay
Oproepen
3-12-'40
de Kaay
p 6/12 - 10 uur
Komt 9/12 '40
[Onderaan, blauwe streep:]
9-12-40 uitstel tot 1 Maart
de Kaay brief fabriek
niet te leveren
noteren
[Linksonder drukwerk:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een administratieve notitie betreffende een verzoek van J. Bonte, een koopman met standplaats 164 op de markt in Uilenburg. Bonte vraagt om ontheffing van de plicht om zijn standplaats in te nemen tijdens de wintermaanden van 1940-1941.
De reden voor dit verzoek is van commerciële aard: hij heeft een bewijsstuk (een brief van zijn fabrikant) overlegd waaruit blijkt dat de goederen die hij normaal gesproken in de winter verkoopt, momenteel niet leverbaar zijn. De levering wordt pas in het voorjaar verwacht.
De ambtenaar (De Kaay) adviseert positief op dit verzoek. Er wordt besloten dat Bonte tot 1 maart 1941 uitstel krijgt. De verschillende data en parafen aan de rechterzijde tonen de ambtelijke gang van zaken: het inboeken, het oproepen van de betrokkene voor een gesprek (op 9 december 1940) en de uiteindelijke afhandeling. Dit document stamt uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland (december 1940). De markt op Uilenburg bevond zich in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. De meeste kooplieden en bewoners in dit gebied waren Joods.
Hoewel de tekst op het eerste gezicht een reguliere marktmeesters-kwestie lijkt (leveringsproblemen door de oorlogssituatie), is de context van de beginnende Jodenvervolging van belang. In deze periode werden de bewegingsvrijheid en de economische mogelijkheden van Joodse Amsterdammers steeds verder ingeperkt door de bezetter. Het strikt bijhouden van wie welke standplaats innam, was onderdeel van de ambtelijke controle op de Joodse bevolking in dit stadsdeel. De naam 'De Kaay' verwijst naar J.C. de Kaay, een ambtenaar bij de Amsterdamse Marktdienst die vaker voorkomt in de archieven uit deze periode. J. Bonte J.C. de Kaay M. No