Handgeschreven brief/kennisgeving.
Origineel
Handgeschreven brief/kennisgeving. 13 november 1940. Onbekend (vermoedelijk een haringhandelaar). Geachte Heeren vrijdag 13 Nov. 1940
Tot mijn leedwezen deel ik u mede
dat ik geen gebruik meer kan maken
van mijn standplaats ('s Zaterdags)
Java Sumatrastraat.
Zoolang er geen Hollanse nieuwe
haring komt kan ik ook niet van
de standplaats gebruik maken.
bij voorbaat mijn dank * Inhoud: De schrijver deelt mede dat hij zijn standplaats op zaterdag op de hoek van de Javastraat en de Sumatrastraat in Amsterdam voorlopig niet zal innemen. De reden hiervoor is het ontbreken van "Hollanse nieuwe haring".
* Taal en Spelling: Het document is geschreven in een formeel, beleefd Nederlands dat typerend is voor die tijd ("Tot mijn leedwezen", "u mede", "bij voorbaat mijn dank"). Er wordt gebruikgemaakt van verouderde spelling zoals "Zoolang" (met dubbel o) en "Hollanse" (zonder 'd', hoewel dit ook een schrijffout kan zijn).
* Handschrift: Een vlot, hellend cursief handschrift uit de midden-20e eeuw. Opmerkelijk is dat de schrijver bovenaan "vrijdag 13 Nov. 1940" noteert, terwijl 13 november 1940 in werkelijkheid op een woensdag viel. Mogelijk was de brief bedoeld voor de komende marktdag (vrijdag/zaterdag) of is er een vergissing gemaakt in de datering.
* Standplaats: De genoemde locatie (Java-Sumatrastraat) verwijst naar een bekende marktplek in de Indische Buurt in Amsterdam. * Tijdsbeeld: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (november 1940). De aanvoer van goederen begon in deze periode moeizamer te worden door oorlogsomstandigheden en distributiemaatregelen.
* Handel: "Hollandse Nieuwe" is een seizoensproduct. Hoewel het haringseizoen normaal gesproken in de vroege zomer begint, suggereert dit briefje dat er in november een specifiek tekort was waardoor de handel voor deze ondernemer niet langer rendabel was.
* Archivische relevantie: Dergelijke documenten worden vaak aangetroffen in marktarchieven of dossiers van de Dienst Marktwezen. Ze bieden inzicht in het dagelijks economisch leven en de kleinschalige handel tijdens de oorlogsjaren. Veel marktkooplieden in Amsterdam waren van Joodse afkomst; in de herfst van 1940 werden de eerste anti-Joodse maatregelen van kracht die hun bedrijfsvoering bemoeilijkten, hoewel deze brief een puur commerciële reden (gebrek aan haring) opgeeft.