Ambtelijk memo / correspondentiebriefje.
Origineel
Ambtelijk memo / correspondentiebriefje. 9 februari 1940. No 33/22/1 M 1940 Aan den Inspecteur
Afd. Marktwezen
Westerstraat alhier.
Tegen het verzoek van plh No 247
Mevr: Veffer - Pauwe, om gedurende
de maand Februari vrijstelling
bezette plaats Westerstraat bestaat
mij geen bezwaar.
9-2-'40. [Signatuur: Remoff] Dit document is een kort ambtelijk advies gericht aan de Inspecteur van de Afdeling Marktwezen. Het betreft een verzoek van Mevrouw Veffer-Pauwe, die standplaats nummer 247 (afgekort als plh voor plaatshouder) op de markt in de Westerstraat in haar bezit had. Zij verzocht om "vrijstelling" voor de gehele maand februari 1940.
In de marktadministratie betekende dit doorgaans dat de handelaar toestemming vroeg om gedurende een bepaalde periode afwezig te zijn zonder de rechten op de vaste standplaats te verliezen, vaak in combinatie met een ontheffing van het verschuldigde staangeld (marktgeld). De ondertekenaar (waarschijnlijk een marktmeester of opzichter) verklaart dat er vanuit zijn toezichthoudende rol geen bezwaar is tegen dit verzoek. Het briefje dateert van vlak voor de Duitse inval in mei 1940. De Westerstraatmarkt was een van de belangrijkste volksmarkten in de Amsterdamse Jordaan. De naam Veffer is een bekende naam binnen de Amsterdamse markthandel; veel leden van de familie Veffer waren van Joodse afkomst en werkten generaties lang op de diverse stadsmarkten.
Dit document biedt een inkijkje in de strikte bureaucratische controle die de gemeente Amsterdam uitoefende op de markten via de Afdeling Marktwezen. Elke afwijking van de dagelijkse aanwezigheidsplicht moest schriftelijk worden goedgekeurd om te voorkomen dat een felbegeerde vaste plek zou worden ingetrokken of doorgegeven aan een ander. Veffer (Mevrouw) Gemeente Amsterdam Marktwezen