Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 234
Dossier 113
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

30 mei 1940 Van: De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam.

Origineel

30 mei 1940 De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. (Logo met de drie kruisen van Amsterdam)
MARKTWEZEN AMSTERDAM DV.

[Handgeschreven aantekening rechtsboven:] Verzonden 30/5-'40

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 33/55/2 M.
BIJLAGE __
ONDERWERP:
__

AMSTERDAM (W.) 30 Mei 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN
den Heer R. Goudeketting,
St. Antoniesbreestraat 7 I,
Amsterdam-C.
Wijk 2.

Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelijke waarschuwing om Uw plaats op de markt Westerstraat regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten te worden ingetrokken.

Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op Vrijdag 31 Mei a.s. te 9 uur te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.

De Directeur,

[Onderaan links:] A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Dit document is een formele administratieve waarschuwing van de Amsterdamse Dienst Marktwezen. De kern van de zaak is de naleving van het Marktreglement: een koopman is verplicht zijn toegewezen standplaats op de markt (in dit geval de Westerstraat) regelmatig te bezetten. Omdat de heer Goudeketting een eerdere waarschuwing hierover heeft genegeerd, dreigt de gemeente zijn vergunning in te trekken op basis van Artikel 11. De brief dient als een laatste sommatie om te verschijnen voor een hoorgesprek bij de inspecteur voordat de sanctie definitief wordt opgelegd. De toon is zakelijk, dwingend en bureaucratisch. De historische context van dit document is uiterst geladen. De datum, 30 mei 1940, valt slechts zestien dagen na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. De geadresseerde, Rudolf Goudeketting, was een Joodse marktkoopman die in de St. Antoniesbreestraat woonde, in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel de brief een regulier administratief proces lijkt te beschrijven, is de afwezigheid van een Joodse koopman op de markt in deze specifieke periode vaak te herleiden naar de angst en ontregeling direct na de inval. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Rudolf Goudeketting de Holocaust niet heeft overleefd; hij en zijn gezin werden later gedeporteerd en vermoord. Dit document vormt een vroege schakel in de papieren neerslag van de bureaucratische druk waaronder Joodse Amsterdammers direct vanaf het begin van de bezetting kwamen te staan.

Samenvatting

Dit document is een formele administratieve waarschuwing van de Amsterdamse Dienst Marktwezen. De kern van de zaak is de naleving van het Marktreglement: een koopman is verplicht zijn toegewezen standplaats op de markt (in dit geval de Westerstraat) regelmatig te bezetten. Omdat de heer Goudeketting een eerdere waarschuwing hierover heeft genegeerd, dreigt de gemeente zijn vergunning in te trekken op basis van Artikel 11. De brief dient als een laatste sommatie om te verschijnen voor een hoorgesprek bij de inspecteur voordat de sanctie definitief wordt opgelegd. De toon is zakelijk, dwingend en bureaucratisch.

Historische Context

De historische context van dit document is uiterst geladen. De datum, 30 mei 1940, valt slechts zestien dagen na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. De geadresseerde, Rudolf Goudeketting, was een Joodse marktkoopman die in de St. Antoniesbreestraat woonde, in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel de brief een regulier administratief proces lijkt te beschrijven, is de afwezigheid van een Joodse koopman op de markt in deze specifieke periode vaak te herleiden naar de angst en ontregeling direct na de inval. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Rudolf Goudeketting de Holocaust niet heeft overleefd; hij en zijn gezin werden later gedeporteerd en vermoord. Dit document vormt een vroege schakel in de papieren neerslag van de bureaucratische druk waaronder Joodse Amsterdammers direct vanaf het begin van de bezetting kwamen te staan.

Gerelateerde Documenten 6