Ambtelijke notitie / Bijblad bij een dossier.
Origineel
Ambtelijke notitie / Bijblad bij een dossier. Juni 1940. [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/57/1 1940
DOORGEZONDEN: 3/6
[Rechtsboven]
341
[Tekst rechtsboven]
Westerstraat
wordt m.i.v. 3/6-40.
ingetrokken ingevolge
art. 11. R v m.
[Hoofdtekst]
Ik geef u in overweging het verzoek van L. a Catten, om de intrekking van zijn plaats op de markt Westerstraat ongedaan te maken, af te wijzen. (Zie rapport marktopzichter)
Hr. Wolff
advis.
5-6-'40
De Haan [handtekening]
De intrekking van de 10-6-'40
plaats van L a Catten nogmaals De Haan [handtekening] met Hr Wolff besproken. L a Catten is een zeer ongeregelde bezoeker. Reeds eerder was zijn plaats ingetrokken, doch door Wethouder teruggegeven. Thans stel ik u voor, de intrekking te handhaven.
17-6-'40
De Haan [handtekening]
[Onderaan]
33/57/2 [in rood potlood]
H. 19/6-'40
De Haan [handtekening]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een interne correspondentie binnen het Amsterdamse marktwezen. De centrale kwestie is de intrekking van de marktvergunning van een koopman genaamd L. a Catten op de Westerstraat-markt per 3 juni 1940. De reden hiervoor is gestoeld op Artikel 11 van het Reglement op de Markten (R.v.M.), waarschijnlijk wegens het niet frequent genoeg bezetten van de standplaats ("zeer ongeregelde bezoeker").
Uit de krabbels blijkt een bureaucratisch proces:
1. 3 juni: De plaats wordt officieel ingetrokken.
2. 5 juni: Ambtenaar De Haan adviseert op basis van een rapport van de marktopzichter om het bezwaar van Catten af te wijzen.
3. 10 tot 17 juni: Er vindt nader overleg plaats met een heer Wolff. De Haan herhaalt zijn standpunt en merkt op dat Catten een recidivist is; een eerdere intrekking was door een wethouder uit coulance teruggedraaid, maar de maat is nu vol.
4. 19 juni: De definitieve afhandeling wordt genoteerd onder dossiernummer 33/57/2. De datering (juni 1940) is kort na de Nederlandse capitulatie. Hoewel de brief een strikt administratief karakter heeft over marktbeheer, valt de timing op. In de vroege bezettingsjaren werden regels op de Amsterdamse markten vaak strikt gehandhaafd. De Westerstraat-markt in de Jordaan was een belangrijke plek voor de lokale economie. De vermelding dat een wethouder eerder had ingegrepen, wijst erop dat Catten mogelijk probeerde via politieke wegen zijn nering te behouden, wat in de nieuwe bestuurlijke verhoudingen van 1940 steeds moeilijker werd. De term "ongeregelde bezoeker" werd vaker gebruikt om vergunningen in te trekken van kooplieden die om diverse (soms gedwongen) redenen niet konden verschijnen.