Doorslag van een officiële brief (archiefkopie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (archiefkopie). 2 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven, bovenaan midden:] Verzonden 2/8
[Handgeschreven, rechtsboven:] L. v.d. Laar
den Heer S.de Vries,
Zwanenburgwal 92 I,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
33/67/2 M
2 Augustus 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d.25 Juli jl. bericht
ik U, dat U geen verder uitstel van plaatsbezetting op de markt
Westerstraat kan worden verleend. Indien U thans de marktplaats
niet regelmatig kunt bezetten, zal zy worden ingetrokken, over-
eenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de
Markten.
De Directeur, Deze brief is een formeel, bureaucratisch schrijven van de gemeente Amsterdam aan een marktkoopman. De toon is zakelijk en dwingend. De kern van de boodschap is een afwijzing: de heer S. de Vries had blijkbaar om uitstel gevraagd voor het innemen van zijn standplaats op de markt in de Westerstraat, maar dit verzoek wordt afgewezen.
De brief bevat een duidelijke waarschuwing: als de plaats niet "regelmatig" wordt bezet, zal de vergunning worden ingetrokken conform het marktreglement. De handgeschreven aantekening "Verzonden 2/8" bevestigt dat de brief op de dag van datering ook daadwerkelijk is uitgegaan. De naam "L. v.d. Laar" in de rechterbovenhoek verwijst waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaar of degene die de verzending heeft gecontroleerd. Het document dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam van de geadresseerde (S. de Vries) en het adres (Zwanenburgwal, een straat in de vanouds Joodse buurt van Amsterdam) wijzen erop dat de ontvanger zeer waarschijnlijk Joods was. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) is bekend dat op dit adres Samuel de Vries woonde, die inderdaad marktkoopman was.
Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, moet deze gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende beperkingen voor Joodse burgers. In de loop van 1940 en 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder in het nauw gedreven door nieuwe regelgeving van de bezetter, die uiteindelijk leidde tot het verbod voor Joden om op reguliere markten te staan. Een weigering van uitstel voor plaatsbezetting kon in die tijd fatale gevolgen hebben voor de broodwinning en de rechtspositie van een Joodse ondernemer. Samuel de Vries en zijn gezin werden later in de oorlog gedeporteerd en vermoord in Sobibor.