Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 305
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / interne notitie.

2 augustus 1940.

Origineel

Ambtelijke correspondentie / interne notitie. 2 augustus 1940. No 33/60/1 1940

Aan den Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier.

Westerstraat

Tegen het verzoek van plek No 3
L Nijman om gedurende de ziekte van
zijn vader vrijstelling te mogen hebben
tot het bezetten van zijn markt-
plaats, bestaan mij geen bezwaren.

2 Aug 1940
[Handtekening: Leeuwroff] Het document is een kort ambtelijk schrijven waarin geadviseerd wordt over een verzoek van een marktkoopman genaamd L. Nijman. Nijman heeft een vaste standplaats (plek No 3) op de markt in de Westerstraat. Vanwege de ziekte van zijn vader heeft hij verzocht om tijdelijk te worden vrijgesteld van de verplichting om zijn marktplaats persoonlijk of dagelijks te bezetten. De opsteller van het briefje (waarschijnlijk een marktmeester of toezichthouder) verklaart dat er vanuit zijn positie geen bezwaren zijn tegen dit verzoek. De tekst is geschreven in een zakelijke, formele hand en hanteert de voor die tijd gebruikelijke ambtelijke terminologie ("vrijstelling te mogen hebben", "bestaan mij geen bezwaren"). Dit document stamt uit augustus 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. In deze tijd draaide het burgerlijk bestuur en de lokale marktregulering grotendeels door volgens de bestaande regels. Voor marktkooplieden was de bezettingsplicht van hun toegewezen plek cruciaal; wie zonder geldige reden wegbleef, kon zijn vergunning verliezen. De Westerstraat in de Amsterdamse Jordaan is van oudsher een belangrijke marktplaats. Dergelijke archiefstukken bieden een inkijkje in het dagelijks leven en de kleine menselijke drama's (zoals ziekte in de familie) binnen de bureaucratische kaders van die tijd. L. Nijman Marktwezen

Samenvatting

Het document is een kort ambtelijk schrijven waarin geadviseerd wordt over een verzoek van een marktkoopman genaamd L. Nijman. Nijman heeft een vaste standplaats (plek No 3) op de markt in de Westerstraat. Vanwege de ziekte van zijn vader heeft hij verzocht om tijdelijk te worden vrijgesteld van de verplichting om zijn marktplaats persoonlijk of dagelijks te bezetten. De opsteller van het briefje (waarschijnlijk een marktmeester of toezichthouder) verklaart dat er vanuit zijn positie geen bezwaren zijn tegen dit verzoek. De tekst is geschreven in een zakelijke, formele hand en hanteert de voor die tijd gebruikelijke ambtelijke terminologie ("vrijstelling te mogen hebben", "bestaan mij geen bezwaren").

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. In deze tijd draaide het burgerlijk bestuur en de lokale marktregulering grotendeels door volgens de bestaande regels. Voor marktkooplieden was de bezettingsplicht van hun toegewezen plek cruciaal; wie zonder geldige reden wegbleef, kon zijn vergunning verliezen. De Westerstraat in de Amsterdamse Jordaan is van oudsher een belangrijke marktplaats. Dergelijke archiefstukken bieden een inkijkje in het dagelijks leven en de kleine menselijke drama's (zoals ziekte in de familie) binnen de bureaucratische kaders van die tijd.

Genoemde Personen 1

Locaties

Westerstraat

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Kruidenier (Droog): Rijst Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6