Archiefdocument
Origineel
16 september 1940 Den Heer Inspecteur van het Marktwezen (vermoedelijk Amsterdam) 33/76/1 M 1940
Aan den Inspecteur
vh Marktwezen
alhier.
Volgens bijgaand schrijven, ligt de vrouw
van plh. No 243 in het ziekenhuis.
Wat Hammelsburg zelf betreft, kan ik U melden
dat hij al meermalen is gewaarschuwd zijn markt-
plaats beter te bezetten. Dat hij momenteel
onder behandeling van een dokter is, wil nog
niet zeggen dat hij de markt niet kan bezoeken.
Ik stel U dan ook voor, hem de gevraagde
vrijstelling niet te verleenen.
16 Sept 1940
[onleesbare handtekening] Dit handgeschreven memo is een ambtelijk advies van een marktcontroleur of lagere beambte aan de Inspecteur van het Marktwezen. De kern van het document is een afwijzing van een verzoek om vrijstelling. Hoewel de afzender erkent dat de echtgenote van marktkoopman Hammelsburg (standplaatshouder nr. 243) in het ziekenhuis ligt en dat hijzelf medische behandeling ondergaat, weegt zijn eerdere verzuim zwaarder. De term "zijn marktplaats beter te bezetten" duidt erop dat Hammelsburg reeds negatief bekend stond bij de marktmeesters wegens onregelmatige aanwezigheid. De houding van de ambtenaar is onverbiddelijk: ziekte of familieomstandigheden worden niet als afdoende reden gezien om weg te blijven van de markt. Het document is opgesteld in september 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de controle op de economische bedrijvigheid, inclusief de markthandel, zeer strikt. De naam Hammelsburg is een bekende Joodse naam in Nederland (met name Amsterdam). In de context van 1940 kan dit document gelezen worden als een voorbeeld van de toenemende bureaucratische druk op Joodse ondernemers, waarbij zelfs legitieme redenen voor afwezigheid (zoals ziekte en hospitalisatie van een partner) terzijde werden geschoven. Dit paste in een breder patroon van uitsluiting en het bemoeilijken van de beroepsuitoefening voor Joodse burgers.