Archiefdocument
Origineel
[Linkerkolom]
Opgeroepen per
(datum) 18/10. '40 (uur) 9 uur...
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt Westerstraat
pl. 146.
gewaarschuwd 7-9-40
Aan
J. Bartels
St. Antoniesbreestraat 59^II
Nº 33/90/12 M. 1940 [paars stempel]
[Rechterkolom]
Aanteekeningen Inspecteur:
Aan oproepingen geen gevolg gegeven.
intrekken.
18-10-40
[Onleesbare handtekening, mogelijk Dekker]
4 OCT. 1940 [blauw stempel]
[Handgeschreven paraaf in blauw potlood] * Onderwerp: Het intrekken van een marktplaatsvergunning.
* Persoon: De betrokkene is J. Bartels, woonachtig aan de St. Antoniesbreestraat 59-II in Amsterdam.
* Locatie: Markt op de Westerstraat, standplaats nummer 146.
* Aanleiding: Bartels bezette de hem toegewezen plaats niet regelmatig. Hij was hierover al eerder gewaarschuwd op 7 september 1940.
* Resultaat: Omdat Bartels geen gehoor gaf aan de oproep om op 18 oktober 1940 om 9:00 uur te verschijnen, adviseert de inspecteur om de vergunning "in te trekken". Dit document stamt uit de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). Hoewel het hier een reguliere administratieve handeling lijkt te betreffen betreffende marktreglementen, is de locatie van de betrokkene (St. Antoniesbreestraat) relevant. Deze straat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten met het invoeren van steeds strengere beperkingen voor Joodse marktkooplieden, wat uiteindelijk zou leiden tot de oprichting van specifieke 'Jodenmarkten' en het volledig verbieden van Joodse handel op reguliere markten zoals de Westerstraat. Het is niet direct uit dit document af te leiden of de afwezigheid van de heer Bartels een persoonlijke reden had of reeds te maken had met de veranderende omstandigheden voor Joodse Amsterdammers in die tijd.