Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam. 15 oktober 1940. De Directeur van het Marktwezen, gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West. Den Heer J. Bartels, Sint Antoniesbreestraat 59 II, Amsterdam-Centrum (Wijk 2). [Briefhoofd met logo: drie Andreaskruisen geflankeerd door gestileerde figuren]
MARKTWEZEN AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
[Handgeschreven in potlood:] verzonden 15/10
No. 33/90/12 M
BIJLAGE
ONDERWERP:
AMSTERDAM (W.) 15 Oct. 1940
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer J. Bartels,
Sint Antoniesbreestraat 59 II,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelijke waarschuwing om Uw plaats op de markt Westerstraat regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten te worden ingetrokken.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 16 of 18 Oct. a.s. te 9 uur v.m. te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur,
[Onderaan links in kleine druk:] A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Dit document is een officiële aanzegging van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen. De strekking is juridisch-administratief: de heer J. Bartels wordt herinnerd aan een eerdere waarschuwing betreffende het niet-gebruik van zijn marktplaats op de Westerstraat. Er wordt gedreigd met de intrekking van zijn vergunning op basis van artikel 11 van het marktreglement. Voordat de sanctie definitief wordt opgelegd, krijgt de betrokkene de kans op een hoorgesprek ('gehoord worden') bij de inspecteur aan de Jan van Galenstraat (de locatie van de Centrale Markthallen). De brief is zakelijk van toon en representatief voor de ambtelijke handhaving van die tijd. De datum van de brief, 15 oktober 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een reguliere administratieve kwestie lijkt, is de locatie van de geadresseerde (Sint Antoniesbreestraat) in de historische Joodse buurt van Amsterdam saillant. In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten met de registratie en uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven en de economie. Of de heer Bartels Joods was en of zijn verzuim op de markt te maken had met de toenemende restricties, is uit deze brief alleen niet op te maken, maar de context van de vroege bezettingstijd maakt dit document historisch interessant voor onderzoek naar de Amsterdamse marktsector en de handhaving door de gemeente onder het nieuwe regime.