Archiefdocument
Origineel
[Linkerzijde]
№ 33/90/11 M. 1940 [stempel]
Opgeroepen per
(datum) 16 of 18 Oct '40 (uur) 9 uur
wegens niet geregeld bezetten plaats op de markt
Westerstraat
pl. 108
Gewaarschuwd 7-9-40
Aan H. Dessaur
Krugerplein 22 II
[Rechterzijde]
[Handtekening/Paraaf onleesbaar]
Aanteekeningen Inspecteur:
Zal voortaan drie maal per vier weken plaats innemen.
Verzoekt echter voortaan op zijn eigen plaats te mogen staan, die geregeld wordt ingenomen door een kaaskramer.
M.i. moet zorg worden gedragen dat de plaats van Dessaur wordt vrijgehouden.
opab P hie 33/90/17 dd Halter 18-10-40 Het document is een administratieve vastlegging van een overtreding van de marktverordening door de heer H. Dessaur. Hij is opgeroepen voor een gesprek op 16 of 18 oktober 1940 omdat hij zijn vaste standplaats (nummer 108) op de Westerstraat-markt onvoldoende benutte. Hierover was hij op 7 september 1940 al officieel gewaarschuwd.
Uit de aantekeningen van de inspecteur blijkt de context van het verzuim: Dessaur geeft aan dat hij voortaan vaker aanwezig zal zijn, maar klaagt dat zijn gereserveerde plek vaak wordt ingenomen door een andere handelaar (een "kaaskramer"). De inspecteur lijkt begrip te hebben voor deze situatie en adviseert de marktmeester/administratie om ervoor te zorgen dat Dessaurs plek inderdaad voor hem vrij blijft. Dit document dateert uit de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de kaart een routineuze administratieve kwestie lijkt, is de historische context cruciaal. De heer H. Dessaur (voluit Hartog Dessaur, geboren in 1891) woonde op het Krugerplein 22-II in de Transvaalbuurt, een wijk in Amsterdam-Oost met in die tijd een zeer grote Joodse populatie.
In 1940 begonnen de bezettingsautoriteiten met de registratie en uitsluiting van Joodse burgers. Marktkooplieden kregen te maken met steeds strengere beperkingen. Uit archiefonderzoek blijkt dat Hartog Dessaur later is gedeporteerd; hij kwam in 1942 om het leven in concentratiekamp Mauthausen. Dit maakt een ogenschijnlijk alledaags document over een marktplaats tot een wrang getuigenis van een leven dat kort daarna door de Holocaust zou worden verwoest. De "kaaskramer" die zijn plek innam, was mogelijk een voorbode van de verdringing van Joodse ondernemers uit het openbare economische leven. H. Dessaur