Doorslag van een officiële brief (administratief afschrift).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (administratief afschrift). 7 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer J. van Beem, J.D. Meyerplein 14 II, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven, rechtsboven:] M. de Veer [?]
[Stempel/Typewerk rechtsboven:] VP/HG.
[Handgeschreven in het midden:] Verzonden 8/11
den Heer J.van Beem,
J.D.Meyerplein 14 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
33/90/~~15~~ k.M.
7 November 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 17 October jl. bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging in aanmerking kan komen. Indien U voortaan Uw plaats op de markt Westerstraat niet regelmatig, dat wil zeggen ten minste drie maal per vier weken, bezet, zal deze plaats worden ingetrokken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door de heer Van Beem op 17 oktober 1940 was ingediend. Hoewel de aard van het verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de context dat het te maken heeft met zijn aanwezigheid (of afwezigheid) op de markt in de Westerstraat.
* Dwingend karakter: De directeur hanteert een strikte toon. Er wordt gedreigd met het intrekken van de marktvergunning als de standwerker niet voldoet aan de bezettingsplicht (minimaal drie keer per vier weken aanwezig zijn).
* Administratieve sporen: De handgeschreven notitie "Verzonden 8/11" en de doorgehaalde dossiernummers in rood potlood wijzen op het gebruik van dit document in een lopende administratie. Het J.D. Meyerplein is aangeduid als "Wijk 2", de toenmalige wijkindeling van Amsterdam. Dit document is historisch saillant vanwege de datum en de locatie van de geadresseerde:
1. Locatie: Het Jonas Daniël Meijerplein (J.D. Meyerplein) was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. De heer Van Beem was zeer waarschijnlijk een Joodse marktkoopman.
2. Tijdperk: November 1940 valt in de vroege fase van de Duitse bezetting. In deze periode begonnen de bezetter en de meewerkende Amsterdamse bureaucratie de regels voor Joodse burgers aan te scherpen.
3. Betekenis: Hoewel de brief strikt bureaucratisch lijkt (handhaving van het Marktreglement), werden dergelijke regels in 1940-1941 vaak rigide toegepast om Joodse handelaren uit het economische leven te verdrijven. Het onmogelijk maken om aan de "bezettingsplicht" te voldoen (bijvoorbeeld door ziekte, reisverboden of angst) was een veelgebruikte methode om licenties legaal in te trekken. De Westerstraatmarkt was, en is, een van de belangrijkste markten in de Jordaan waar veel Joodse handelaren hun brood verdienden.