Doorslag van een officiële brief (administratieve correspondentie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (administratieve correspondentie). 2 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentelijke instantie). den Heer M. Aarons, Nwe. Heerengracht 137, Amsterdam-Centrum. * [Rechtsboven:]
VD/HG.
-
[Midden boven, handgeschreven:]
extra -
[Adresregels:]
den Heer M. Aarons,
Nwe.Heerengracht 137,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2. -
[Kenmerk en datum:]
33/92/4 M.
2 December 1940. -
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 November jl. bericht
ik U, dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden voldaan.
Ik verwijs U naar mijn brief van 7 November jl. No.33/92/2 M.; in-
dien thans aan het daarin gesteld geen gevolg wordt gegeven, zal
Uw plaats op de markt Westerstraat onverwijld worden ingetrokken. -
[Ondertekening:]
De Directeur, Deze korte, zakelijke brief is een afwijzing van een verzoek van de heer M. Aarons. De toon is streng en bureaucratisch. De directeur verwijst naar een eerdere brief van 7 november waarin blijkbaar bepaalde voorwaarden of bevelen zijn gecommuniceerd. Omdat de heer Aarons hier blijkbaar niet (volledig) aan heeft voldaan, wordt er gedreigd met de onmiddellijke intrekking van zijn staanplaats op de markt in de Westerstraat. Het gebruik van het woord "onverwijld" benadrukt de urgentie en het dwingende karakter van de maatregel. De datum van de brief, 2 december 1940, is van cruciaal belang. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. De naam van de ontvanger (M. Aarons) en het adres (Nieuwe Heerengracht, gelegen in de historische Jodenbuurt) duiden er sterk op dat de ontvanger Joods was.
Vanaf het najaar van 1940 begonnen de bezetter en de meewerkende Nederlandse overheid met het systematisch uitsluiten van Joden uit het openbare en economische leven. Het intrekken van marktvergunningen was een effectieve methode om Joodse ondernemers hun middelen van bestaan te ontnemen. In 1941 werden Joodse marktkooplieden uiteindelijk volledig verbannen van de algemene markten en gedwongen naar specifieke 'Joodse markten'. Dit document is een direct voorbeeld van de toenemende bureaucratische repressie tegen Joodse burgers in Amsterdam aan het begin van de bezetting. M. Aarons