Archief 745
Inventaris 745-325
Pagina 13
Dossier 55
Jaar 1940
Stadsarchief

Administratieve kaart/notitie van de Marktinspectie Amsterdam.

23 oktober 1940 – 7 november 1940.

Origineel

Administratieve kaart/notitie van de Marktinspectie Amsterdam. 23 oktober 1940 – 7 november 1940. [Linkerbovenzijde]
Opgeroepen per
(datum) 23/10 ’40 (stempel: 25 OCT. 1940) (uur) ...9.......
wegens niet geregeld bezetten plaats op de markt Westerstraat
V.K.K. 461
(géén waarsch. / nooit geweest.

[Linkeronderzijde]
Aan I.M. Polak.
Nw. Prinsengracht 84 II
[Stempel:] № 33/94/4 M. 1940
Intrekken. Zie rapport marktopz. du Wolff, rapp. n.v.s. 6-11-’40 deHeer

[Midden, verticaal geschreven]
Stand opgezegd m.v. 7/11 ’40.

[Rechterzijde]
Aanteekeningen Inspecteur:
Even aanhouden. H. Wolff
I.M. Polak heeft mij op 23 Oct. j.l. verzocht de beslissing inzake de intrekking van zijn voorkeurskaart even te willen aanhouden, teneinde hem in de gelegenheid te stellen ~~[doorgehaald]~~ de zaak even met zijn ouders te bespreken.
Indien Polak op Maandag 4 November ’40 nog geen plaats heeft ingenomen, dan voorkeurskaart intrekken. 31-10-’40 deHeer Dit document is een administratief verslag van de Amsterdamse marktinspectie betreffende de koopman I.M. Polak. Uit de aantekeningen blijkt dat Polak zijn toegewezen plek op de markt in de Westerstraat niet (regelmatig) bezette.

Opvallend is de menselijke noot in de inspecteursaantekeningen: Polak vraagt op 23 oktober om uitstel van de beslissing om zijn 'voorkeurskaart' (een bewijs dat recht geeft op een vaste, gunstige plek) in te trekken, omdat hij de situatie eerst met zijn ouders wil bespreken. De inspecteur, H. Wolff, willigt dit verzoek in en stelt een deadline op 4 november 1940. Uit de latere aantekening linksonder ("Intrekken") en de verticale tekst ("Stand opgezegd") van 6 en 7 november blijkt dat Polak uiteindelijk toch zijn rechten op de marktplaats is kwijtgeraakt. Het document dateert van oktober/november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam Polak en het adres aan de Nieuwe Prinsengracht wijzen er vrijwel zeker op dat de betrokkene Joods was.

In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten met het stelselmatig beperken van de bewegingsvrijheid en economische zelfstandigheid van Joden. Hoewel de formele uitsluiting van Joden van openbare markten pas in de loop van 1941 volledig werd doorgevoerd, laat dit document mogelijk de vroege druk zien waaronder Joodse marktlui stonden. De aarzeling van Polak om zijn plek in te nemen en de noodzaak om dit met zijn ouders te bespreken, kunnen wijzen op de toenemende onveiligheid en onzekerheid voor Joodse Amsterdammers in de publieke ruimte. Het intrekken van de voorkeurskaart betekende in de praktijk het verlies van een bron van inkomsten.

Samenvatting

Dit document is een administratief verslag van de Amsterdamse marktinspectie betreffende de koopman I.M. Polak. Uit de aantekeningen blijkt dat Polak zijn toegewezen plek op de markt in de Westerstraat niet (regelmatig) bezette.

Opvallend is de menselijke noot in de inspecteursaantekeningen: Polak vraagt op 23 oktober om uitstel van de beslissing om zijn 'voorkeurskaart' (een bewijs dat recht geeft op een vaste, gunstige plek) in te trekken, omdat hij de situatie eerst met zijn ouders wil bespreken. De inspecteur, H. Wolff, willigt dit verzoek in en stelt een deadline op 4 november 1940. Uit de latere aantekening linksonder ("Intrekken") en de verticale tekst ("Stand opgezegd") van 6 en 7 november blijkt dat Polak uiteindelijk toch zijn rechten op de marktplaats is kwijtgeraakt.

Historische Context

Het document dateert van oktober/november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam Polak en het adres aan de Nieuwe Prinsengracht wijzen er vrijwel zeker op dat de betrokkene Joods was.

In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten met het stelselmatig beperken van de bewegingsvrijheid en economische zelfstandigheid van Joden. Hoewel de formele uitsluiting van Joden van openbare markten pas in de loop van 1941 volledig werd doorgevoerd, laat dit document mogelijk de vroege druk zien waaronder Joodse marktlui stonden. De aarzeling van Polak om zijn plek in te nemen en de noodzaak om dit met zijn ouders te bespreken, kunnen wijzen op de toenemende onveiligheid en onzekerheid voor Joodse Amsterdammers in de publieke ruimte. Het intrekken van de voorkeurskaart betekende in de praktijk het verlies van een bron van inkomsten.

Locaties

Westerstraat (markt) en Nieuwe Prinsengracht 84 II (woonadres) Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6