Oproepkaart/administratiekaart van de Marktinspectie.
Origineel
Oproepkaart/administratiekaart van de Marktinspectie. 23 oktober 1940 (met stempel 25 okt 1940). Linkerkolom:
Opgeroepen per
(datum) $23/10.'40.$ (uur) ....$9$......
[Stempel: 25 OCT 1940]
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt $Westerstraat$
$V.K.K. 496.$
$(geen waarsch.)$
Aan
$L. Spreekmeester$
$Archimedeslaan 23^h$
№ $33/94/8 M. 1940$
Rechterkolom:
Aanteekeningen Inspecteur:
$Is ziek geweest.$
$Gaat volgende week$
$weer plaats innemen.$
[Doorgehaald: $Heeft bij de ............$]
[Doorgehaald: $alle drie ........$]
$23-10-'40$
$de Haer$ [Handtekening]
$Th. de Wolff IK.$
[Paraaf] $opbergen 29/10$ Het betreft een officieel document van de Amsterdamse marktinspectie gericht aan Louis Spreekmeester. Hij werd opgeroepen omdat hij zijn toegewezen plaats op de markt in de Westerstraat (Jordaan) niet regelmatig bezette. De afkorting "V.K.K." staat waarschijnlijk voor de administratieve code van de marktvergunning of standplaats.
Uit de aantekeningen van de inspecteur (De Haer) blijkt dat er een geldige reden was voor de afwezigheid: de heer Spreekmeester was ziek. De inspecteur noteert dat hij de week daarop zijn werkzaamheden zal hervatten. Na deze verklaring is de zaak afgehandeld en de kaart op 29 oktober 1940 opgeborgen ("opbergen"). Dit document dateert van de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de bezetter met het registreren en beperken van de bewegingsvrijheid van Joodse burgers. Louis Spreekmeester (geboren in 1902) was een Joodse marktkoopman die met zijn gezin aan de Archimedeslaan 23 in de Watergraafsmeer woonde.
De Westerstraatmarkt was van oudsher een plek waar veel Joodse handelaren werkten. Niet lang na de datum op deze kaart, in 1941, zouden Joodse kooplieden door de bezetter worden verbannen van de reguliere markten en gedwongen worden op speciale "Joodse markten" te gaan staan. Uit archiefstukken (zoals die van de Oorlogsgrafstichting en het Joods Monument) blijkt dat Louis Spreekmeester, zijn vrouw en hun kinderen de oorlog niet hebben overleefd; zij zijn in 1943 vermoord in Sobibor. Dit alledaagse administratieve document krijgt daarmee een wrange historische lading als bewijs van een werkzaam leven vlak voordat de deportaties begonnen. L. Spreekmeester