Ambtelijk advies / Interne notitie.
Origineel
Ambtelijk advies / Interne notitie. 8 november 1940. Onbekende functionaris (vermoedelijk een marktmeester of opzichter, gezien de inhoud). No 33/47/1 "40 [tab] Aan den Inspecteur
[tab] v/h Marktwezen
[tab] Alhier
Wat het verzoek van G Gosen pl 23
Westermarkt betreft diene het volgende.
Gosen bezoekt de markt meer niet
dan wel. Ook is hij al eerder gewaarschuwd
zijn marktplaats beter te bezetten.
Om hem nu uitstel van plaats be-
zetten te verleenen lijkt mij niet juist.
Ik adviseer U dan ook hem het
gevraagde uitstel niet te verleenen.
8 Nov: 1940. [Handtekening] * Inhoud: Het document is een negatief advies met betrekking tot een verzoek van een marktkoopman genaamd G. Gosen (gevestigd op plaats 23 van de Amsterdamse Westermarkt). Gosen had blijkbaar gevraagd om een tijdelijke ontheffing of uitstel van de verplichting om zijn marktplaats te bezetten.
* Argumentatie: De adviseur voert aan dat Gosen vaker afwezig is dan aanwezig ("meer niet dan wel") en dat hij reeds eerdere waarschuwingen heeft ontvangen over zijn gebrekkige aanwezigheid. De nadruk in het advies ligt op de strikte handhaving van de regels; het woord "niet" is onderstreept om de stelligheid van het advies te onderstrepen.
* Toon: De toon is zakelijk, direct en onverbiddelijk. Er wordt geen ruimte gelaten voor coulance, gebaseerd op het eerdere gedrag van de aanvrager. * Historische context: Het document is gedateerd op 8 november 1940, tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting al een feit was, draaide de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam grotendeels door volgens de bestaande reglementen.
* Marktwezen Amsterdam: De Dienst van het Marktwezen hield streng toezicht op de bezetting van marktplaatsen. Een marktplaats was een schaars goed en de gemeente wilde voorkomen dat plekken onbenut bleven terwijl er wellicht anderen op de wachtlijst stonden.
* Locatie: De Westermarkt is een historisch marktplein in Amsterdam. In deze periode waren markten cruciaal voor de voedselvoorziening en handel, maar stonden ze ook onder toenemende druk van distributiemaatregelen en (later) anti-Joodse verordeningen, hoewel daar in dit specifieke document (nog) geen sprake van lijkt te zijn. Het betreft hier een reguliere tuchtrechtelijke/administratieve kwestie.