Archief 745
Inventaris 745-325
Pagina 77
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief (handgeschreven)

11 november 1940 Van: M. Kapper, Gerard Doustraat 182 I, Amsterdam Aan: Directeur van het Marktwezen, Amsterdam

Origineel

Brief (handgeschreven) 11 november 1940 M. Kapper, Gerard Doustraat 182 I, Amsterdam Directeur van het Marktwezen, Amsterdam Nº 33/101/1 M. 1940 n/h

Amsterdam 11 November 1940

WelEdele Heer Directeur
v/h Marktwezen

Zeer Geachte Heer!

Deze is dienende U. beleefd te verzoeken
mij tijdelijk van mijn plaats, in de Westerstraat
№ 284 te willen ontheffen, om reden er voor mij
op heden geen handel te krijgen is. Ik ben wel bereid
mijn marktgeld te betalen. In de hoop dat ik
weer spoedig van mijn plaats gebruik kan maken
teeken ik.

Hoogachtend
M Kapper
Ger. Doustraat 182 I
Amsterdam * Inhoud: De afzender, M. Kapper, vraagt de directeur van het Marktwezen om toestemming om tijdelijk niet op zijn vaste marktplaats (nummer 284 in de Westerstraat) te hoeven staan. De reden die hij opgeeft is dat er momenteel "geen handel te krijgen is", wat duidt op een gebrek aan voorraad of koopwaar.
* Bereidwilligheid: Opvallend is dat de schrijver expliciet vermeldt bereid te zijn het 'marktgeld' (de staanplaatsvergoeding) door te blijven betalen. Dit doet hij waarschijnlijk om zijn recht op de standplaats voor de toekomst veilig te stellen.
* Toon: De brief is geschreven in de formele, eerbiedige stijl die destijds gebruikelijk was in correspondentie met overheidsinstanties ("WelEdele Heer", "U. beleefd te verzoeken", "teeken ik").
* Handschrift: Het betreft een duidelijk, geoefend handschrift in inkt op gelinieerd papier. Bovenaan is een administratief stempel of kenmerk aangebracht door de ontvangende instantie. * Tijdsbeeld: De brief dateert van november 1940, zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste aan goederen begon in deze periode merkbaar te worden, wat de opmerking "geen handel te krijgen" verklaart.
* Locatie: De Westerstraat in de Jordaan was (en is) een belangrijke marktlocatie. De afzender woonde in de Gerard Doustraat in De Pijp, eveneens een buurt met veel marktkooplieden.
* Persoon: De naam Kapper komt veelvuldig voor in de archieven van Amsterdamse marktkooplieden uit die tijd, vaak van Joodse origine. In november 1940 waren er nog geen formele verboden voor Joodse kooplieden op de algemene markten (die volgden pas in 1941), maar de economische druk en de eerste beperkende maatregelen maakten het drijven van handel reeds lastig. Documenten zoals deze zijn vaak bewaard gebleven in het archief van de Dienst Marktwezen (onderdeel van het Stadsarchief Amsterdam).

Samenvatting

  • Inhoud: De afzender, M. Kapper, vraagt de directeur van het Marktwezen om toestemming om tijdelijk niet op zijn vaste marktplaats (nummer 284 in de Westerstraat) te hoeven staan. De reden die hij opgeeft is dat er momenteel "geen handel te krijgen is", wat duidt op een gebrek aan voorraad of koopwaar.
  • Bereidwilligheid: Opvallend is dat de schrijver expliciet vermeldt bereid te zijn het 'marktgeld' (de staanplaatsvergoeding) door te blijven betalen. Dit doet hij waarschijnlijk om zijn recht op de standplaats voor de toekomst veilig te stellen.
  • Toon: De brief is geschreven in de formele, eerbiedige stijl die destijds gebruikelijk was in correspondentie met overheidsinstanties ("WelEdele Heer", "U. beleefd te verzoeken", "teeken ik").
  • Handschrift: Het betreft een duidelijk, geoefend handschrift in inkt op gelinieerd papier. Bovenaan is een administratief stempel of kenmerk aangebracht door de ontvangende instantie.

Historische Context

  • Tijdsbeeld: De brief dateert van november 1940, zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste aan goederen begon in deze periode merkbaar te worden, wat de opmerking "geen handel te krijgen" verklaart.
  • Locatie: De Westerstraat in de Jordaan was (en is) een belangrijke marktlocatie. De afzender woonde in de Gerard Doustraat in De Pijp, eveneens een buurt met veel marktkooplieden.
  • Persoon: De naam Kapper komt veelvuldig voor in de archieven van Amsterdamse marktkooplieden uit die tijd, vaak van Joodse origine. In november 1940 waren er nog geen formele verboden voor Joodse kooplieden op de algemene markten (die volgden pas in 1941), maar de economische druk en de eerste beperkende maatregelen maakten het drijven van handel reeds lastig. Documenten zoals deze zijn vaak bewaard gebleven in het archief van de Dienst Marktwezen (onderdeel van het Stadsarchief Amsterdam).

Locaties

Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6