Archief 745
Inventaris 745-325
Pagina 78
Dossier 30
Jaar 1940
Stadsarchief

Administratieve notitie/memo betreffende marktvergunningen.

Dossier: 14, 33/101/1

Origineel

Administratieve notitie/memo betreffende marktvergunningen. [Stempel linksboven:]
B I J B L A D V A N :
M. No. 33/101/1 1940
DOORGEZONDEN: w/11

[Rechtsboven:]
97³

[Hoofdtekst handgeschreven:]
S. Kapper - Dingsdag
(pl 140 Alb. Cuypstraat)
pl 237 Westerstraat

Het verzoek van S. Kapper - ~~Hersteldienst~~
Dingsdag dient m.i. te worden
afgewezen.
Aan ~~kapper~~ M. Kapper
moet worden bericht dat hij
of zijn echtgenoote de plaats op
de markt Westerstraat geregeld,
d.w.z. drie maal in de vier
weken moet innemen, anders de
plaats wordt ingetrokken.

[Rechterkolom/notities:]
Hr Wolff
advies
13-11-40
de Heer

[Onderaan rechts:]
Aan het verzoek van
S Kapper - Dingsdag om uit-
het plaats bezetten, moet
m.i. niet voldaan worden
19-11-'40 [Handtekening]

[Marginale aantekeningen:]
20-11-'40 de Heer
22/11/40 AP
5 33/101/2

[Linksonder drukwerk:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijk advies over een verzoek van Sara Kapper-Dingsdag, een marktkoopvrouw in Amsterdam. Zij bezat standplaatsen op zowel de Albert Cuypmarkt als de Westermarkt. Het verzoek betreft waarschijnlijk een ontheffing voor de verplichting om de standplaats op de Westerstraat persoonlijk of door haar echtgenoot (Meijer Kapper) te bezetten.

De ambtenaar (mogelijk de heer Wolff) adviseert negatief op dit verzoek. Hij stelt dat de regel gehandhaafd moet worden: de standplaats moet minstens drie van de vier weken worden ingenomen door de vergunninghouder of de echtgenoot, op straffe van intrekking van de vergunning. De definitieve beslissing ("moet m.i. niet voldaan worden") wordt op 19 en 20 november bevestigd. * Periode: November 1940. De Nederlanden bevinden zich in de eerste maanden van de Duitse bezetting. Hoewel de marktregels in deze notitie nog puur administratief lijken, is de context van de Jodenvervolging essentieel.
* De personen: De achternamen Kapper en Dingsdag zijn veelvoorkomende Joodse namen in het toenmalige Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de markthandel. In deze periode (najaar 1940) begonnen de eerste beperkende maatregelen van de bezetter de Joodse bevolking te raken, wat de economische positie van marktkooplieden onder druk zette.
* Bureaucreatie: Het document toont de continuïteit van de gemeentelijke bureaucreatie tijdens de bezetting. Regels met betrekking tot aanwezigheidsplicht op markten werden strikt gehandhaafd, wat voor marktkooplieden die hun handel probeerden te redden in onzekere tijden vaak problematisch was.
* Geografie: De Westerstraat en Albert Cuypstraat waren de hartslag van de Amsterdamse volks- en marktculture. De nummers 'pl 140' en 'pl 237' verwijzen naar de specifieke, genummerde plekken op de markt. M. Kapper M. No S. Kapper

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies over een verzoek van Sara Kapper-Dingsdag, een marktkoopvrouw in Amsterdam. Zij bezat standplaatsen op zowel de Albert Cuypmarkt als de Westermarkt. Het verzoek betreft waarschijnlijk een ontheffing voor de verplichting om de standplaats op de Westerstraat persoonlijk of door haar echtgenoot (Meijer Kapper) te bezetten.

De ambtenaar (mogelijk de heer Wolff) adviseert negatief op dit verzoek. Hij stelt dat de regel gehandhaafd moet worden: de standplaats moet minstens drie van de vier weken worden ingenomen door de vergunninghouder of de echtgenoot, op straffe van intrekking van de vergunning. De definitieve beslissing ("moet m.i. niet voldaan worden") wordt op 19 en 20 november bevestigd.

Historische Context

  • Periode: November 1940. De Nederlanden bevinden zich in de eerste maanden van de Duitse bezetting. Hoewel de marktregels in deze notitie nog puur administratief lijken, is de context van de Jodenvervolging essentieel.
  • De personen: De achternamen Kapper en Dingsdag zijn veelvoorkomende Joodse namen in het toenmalige Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de markthandel. In deze periode (najaar 1940) begonnen de eerste beperkende maatregelen van de bezetter de Joodse bevolking te raken, wat de economische positie van marktkooplieden onder druk zette.
  • Bureaucreatie: Het document toont de continuïteit van de gemeentelijke bureaucreatie tijdens de bezetting. Regels met betrekking tot aanwezigheidsplicht op markten werden strikt gehandhaafd, wat voor marktkooplieden die hun handel probeerden te redden in onzekere tijden vaak problematisch was.
  • Geografie: De Westerstraat en Albert Cuypstraat waren de hartslag van de Amsterdamse volks- en marktculture. De nummers 'pl 140' en 'pl 237' verwijzen naar de specifieke, genummerde plekken op de markt.

Genoemde Personen 3

Locaties

Albert Cuypmarkt Westerstraat

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6