Administratief bijblad / ambtelijke notitie (formulier "Alg. Zaken Model No. 14").
Origineel
Administratief bijblad / ambtelijke notitie (formulier "Alg. Zaken Model No. 14"). (Linksboven in kader):
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/102/1/1940
DOORGEZONDEN: w/11
(Rechtsboven handgeschreven):
J.C. van Eck Tuinstr 44 hs/O. 975
pl. 226 Westerstraat 33/102/217
" 204 Lindengracht 2/12/40 [paraaf]
(Centrale tekst):
~~Aan Mevr v. Eck kan niet~~
Het verzoek van Mevr v Eck om zich door haar zoon te mogen laten vervangen dient m.i. te worden afgewezen (Zie rapport Marktafd.)
Wel kan haar worden toegestaan om zich, tot wederopzegging op haar plaatsen op de markten Lindengracht en Westerstraat door haar zoon J.C. v Eck geb. 26-2-22 te laten assisteeren, dus niet vervangen.
26-11-’40 dekker
(Rechterkant, kanttekeningen):
Hr Wolff
ad 3
13-11-40
dekker
Tegen het verzoek om assistentie van haar zoon bestaat mij geen bezwaar. Echter geen vervanging
21-11-40 [Handtekening]
(Linksonder):
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft een ambtelijke afhandeling van een verzoek van Mevrouw Van Eck, een markthoudster in Amsterdam. Zij bezit standplaatsen op de Westerstraat (nr. 226) en de Lindengracht (nr. 204). Haar verzoek was om zich officieel te laten vervangen door haar zoon, J.C. van Eck (destijds 18 jaar oud).
De ambtelijke besluitvorming is streng: een volledige vervanging wordt afgewezen, waarschijnlijk op basis van een negatief advies van de Marktafdeling. Er wordt echter een compromis gesloten: de zoon krijgt toestemming om zijn moeder te assisteren bij de kraam. Dit onderscheid was juridisch van belang om te voorkomen dat marktvergunningen (die persoonsgebonden waren) zonder meer overgingen op de volgende generatie of derden zonder de vereiste procedures. Dit document is opgesteld in het najaar van 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode bleven de Nederlandse gemeentelijke bureaucratieën grotendeels functioneren zoals voor de oorlog, met een sterke nadruk op regels en procedures.
De Amsterdamse markten waren in die tijd strikt gereguleerd. De datering is saillant: vanaf eind 1940 en begin 1941 begonnen de bezetter en het collaborerende bestuur met het invoeren van beperkende maatregelen voor Joodse markthandelaren. Hoewel dit specifieke document een reguliere administratieve kwestie lijkt te behandelen over assistentie en vervanging, past het in de bredere context van de totale controle die de overheid uitoefende op de economische activiteit op de openbare weg tijdens de oorlogsjaren. J.C. van Eck M. No Van Eck (Mevrouw)