Handgeschreven brief/verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven brief/verzoekschrift. Ongedateerd (stijl duidt op eind 19e/begin 20e eeuw). Simon de Vreze, woonachtig in de Meijerstraat 82 (vermoedelijk Amsterdam). [1] mij is nu komt
[2] mijn reisgeld er aan
[3] bij dus dit is niet
[4] meer houdbaar
[5] voor mij woonde
[6] ik nu in Amsterdam
[7] dan zou ik misschien
[8] nog eenigzins met
[9] mosselen kunnen
[10] probeeren maar om
[11] rede als dat al mijn
[12] vrinden op de Markt
[13] al met mosselen staan
[14] en ook niet meer
[15] verdient wordt kan
[16] ik er al zoo niet
[17] meer mee gaan staan
[18] dus vraag uw beleefd
[19] maar ook zoo lang
[20] mogelijk uitstel
[21] voor mijn plaats
[22] zoo gauw ik maar weer
[23] komen kan ben ik
[24] paraat. Hoog achte Heeren
[25] Simon de Vreze in de Meijerstr No 82 In dit document wendt Simon de Vreze zich tot een instantie (geadresseerd als "Hoog achte Heeren"), waarschijnlijk een marktmeester of gemeentelijke afdeling belast met standplaatsen. De schrijver verkeert in grote financiële nood; hij geeft aan dat zijn "reisgeld" op is en dat zijn huidige situatie "niet meer houdbaar" is.
Hij legt uit dat indien hij in Amsterdam zou wonen, hij nog zou kunnen proberen zijn brood te verdienen met de verkoop van mosselen. Hij ziet hier echter vanaf omdat zijn "vrinden" (vrienden/collega-kooplieden) die al met mosselen op de markt staan, momenteel niets verdienen.
Vanwege deze uitzichtloze economische situatie verzoekt hij beleefd om een zo lang mogelijk uitstel voor het behoud van zijn "plaats" (marktstandplaats). Hij belooft direct beschikbaar ("paraat") te zijn zodra hij weer in staat is om te komen. Dit schrijven biedt een inkijkje in de precaire overlevingsstrijd van kleine straat- en marktkooplieden rond de eeuwwisseling. Mosselen waren destijds een volksvoedsel bij uitstek, maar de handel was grillig en de concurrentie op de markten groot. De genoemde "Meijerstraat" (tegenwoordig de Jonas Daniël Meijerplein-buurt) bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam, een wijk die nauw verbonden was met de ambulante handel en markten zoals het Waterlooplein. De brief illustreert hoe kwetsbaar deze beroepsgroep was voor schommelingen in inkomen en de kosten van levensonderhoud en reizen.