Kaart van het Marktwezen (oproepingsbewijs/dossierkaart).
Origineel
Kaart van het Marktwezen (oproepingsbewijs/dossierkaart). November - december 1940. [Linkerkolom]
Opgeroepen per
(datum) 18-11-40 (uur) 9
20-11-40 9 ½ - 12
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt Westerstraat
pl. 77
gewaarschuwd 17/10 '40
Aan S. Waterman.
Pl. Parklaan 4
[Stempel:] Nº 33/104/3 M. 1940
[Rechterkolom]
Aanteekeningen inspecteur:
Zal voortaan geregeld
plaats innemen.
20-11-40
deKeer [handtekening]
M. de Wolff
H. [?]
[Paraaf]
- 2 DEC. 1940 [stempel]
opb R [handgeschreven] Dit document is een administratieve kaart van de Amsterdamse dienst Marktwezen uit 1940. Het betreft een officiële waarschuwing en oproeping voor de heer S. Waterman, een marktkoopman met staanplaats 77 op de Westerstraatmarkt.
De kern van de zaak is "het niet geregeld bezetten van de plaats". In die tijd waren marktkooplieden verplicht om hun toegewezen plek consequent in te nemen om de continuïteit van de markt en de voedselvoorziening te waarborgen. Uit de kaart blijkt dat Waterman op 17 oktober 1940 al een eerste waarschuwing had gekregen. Nadat hij op 18 en 20 november opnieuw was opgeroepen om zich te verantwoorden, noteerde de inspecteur (mogelijk genaamd De Keer) dat de betrokkene heeft toegezegd zijn plaats voortaan weer geregeld in te nemen. De kaart is uiteindelijk op 2 december 1940 administratief verwerkt ("opb" staat waarschijnlijk voor opgeborgen). De datum van dit document, eind 1940, plaatst de gebeurtenis in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. De naam "S. Waterman" en het adres "Plantage Parklaan 4" wijzen zeer waarschijnlijk op een Joodse marktkoopman. De Plantagebuurt was een wijk met een grote Joodse populatie.
Hoewel de kaart op het eerste gezicht een louter bureaucratische kwestie van marktregulering lijkt, moet dit gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende restricties voor Joodse burgers. In de loop van 1941 zouden Joodse marktkooplieden volledig van de algemene markten worden geweerd en verbannen worden naar specifieke "Jodenmarkten". Het "niet geregeld bezetten" van een plaats in november 1940 zou een teken kunnen zijn van de toenemende druk, angst of de beginnende ontwrichting van het dagelijks leven voor Joodse Amsterdammers in die periode. De strenge controle op de aanwezigheid van kooplieden was tevens een instrument van de bezetter en het collaborerende stadsbestuur om grip te houden op de economische activiteit en de bevolking. M. de Wolff S. Waterman Marktwezen