Officiële correspondentie / Dienstbrief.
Origineel
Officiële correspondentie / Dienstbrief. 18 november 1940. De Directeur van het Marktwezen. [Logo: Wapenschild van Amsterdam met drie kruizen, geflankeerd door gestileerde figuren]
MARKTWEZEN
AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
No. 33/104/4 M
BIJLAGE _
ONDERWERP : _
[Handgeschreven tekst bovenin:] Verzonden 18/11
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
AMSTERDAM (W.) 18 November 1940
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer L.de Rooy,
Nieuwe Prinsengracht 54,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 10.
Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt ge-
geven aan de aan U gerichte schriftelyke waarschuwing om Uw
plaats op de markt Westerstraat
regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge ar-
tikel 11 van het Reglement op de Markten te worden ingetrok-
ken.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op
20 Nov.a.s.tusschen 9½ en 12 u.of op 22 Nov.om 9½ uur te komen
v.m.
by den Inspecteur van myn dienst, Jan van Galenstraat 14,
Amsterdam-West.
De Directeur,
[Onderaan links:]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. Deze brief is een formele aanzegging tot het intrekken van een marktvergunning. De ontvanger, de heer L. de Rooy, wordt ervan beschuldigd zijn toegewezen standplaats op de markt in de Westerstraat niet regelmatig te bezetten. Dit is een overtreding van artikel 11 van het toenmalige Reglement op de Markten.
De brief stelt dat er reeds een eerdere schriftelijke waarschuwing is verstuurd, waar geen gehoor aan is gegeven. Voordat de definitieve beslissing tot intrekking wordt genomen, krijgt de betrokkene de gelegenheid voor een hoorgesprek bij de Inspecteur van het Marktwezen op de Jan van Galenstraat. De toon is zakelijk en dwingend, typerend voor de gemeentelijke administratie uit die periode. Het document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een louter administratieve reden noemt (het niet bezetten van de standplaats), is de timing en de locatie van de geadresseerde (Nieuwe Prinsengracht, een buurt met een grote Joodse populatie) historisch relevant.
In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten en de gelijkgeschakelde gemeentelijke diensten met het beperken van de bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden van Joodse burgers. Het intrekken van marktvergunningen was een methode die vaak werd toegepast, soms op basis van strikte handhaving van regels die onder de moeilijke omstandigheden van de oorlog (zoals schaarste aan goederen of persoonlijke beperkingen) lastig na te leven waren. Of de heer De Rooy Joods was en of dit een rol speelde bij de handhaving, kan uit dit document alleen niet met zekerheid worden vastgesteld, maar het past in het bredere beeld van de bureaucratische druk op Amsterdamse marktkooplieden in 1940-1941. L. de Rooy Gemeente Amsterdam Marktwezen