Archiefdocument
Origineel
Nº 33/104/g M. 1940 [stempel]
Opgeroepen per
(datum) 12-11-40 (uur) 9
20-11-40 9 ½ - 12
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt Westerstraat
pl. 105
33/D0/2 d/d 20/9 Verzoek om uitstel afgewezen.
Aan S. Hartog
Markenstraat 34ʰ
(rechterkolom)
Aanteekeningen Inspecteur:
Heeft geen handel.
Kon plaats niet innemen.
Intrekken.
20-11-'40
de Boer [handtekening]
Zal schuld betalen in
Alb. Cuijpstraat.
vpb.
P.R. 22/11
--- Deze kaart documenteert een administratieve procedure van de Amsterdamse marktinspectie tegenover S. Hartog. Hartog had een vaste staanplaats (nummer 105) op de markt in de Westerstraat, maar verzuimde deze "geregeld" te bezetten.
Uit de aantekeningen blijkt dat Hartog al in september 1940 om uitstel had gevraagd, wat werd afgewezen. In november 1940 werd hij tweemaal opgeroepen om zich te verantwoorden. De inspecteur constateert op 20 november dat de man "geen handel" meer heeft en zijn plaats niet meer kan innemen. Het advies luidt dan ook om de vergunning in te trekken ("Intrekken"). De openstaande marktgeld-schuld zou hij gaan voldoen bij de administratie van de Albert Cuypmarkt.
--- De datering van dit document (november 1940) is cruciaal voor het begrijpen van de achtergrond. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De naam S. Hartog en het adres Markenstraat 34 in de Amsterdamse Jodenbuurt bevestigen dat het hier om een Joodse markthandelaar gaat.
In de tweede helft van 1940 begonnen de bezettingsautoriteiten met de eerste stappen om Joden economisch te isoleren. De opmerking "Heeft geen handel" is veelzeggend: door de anti-Joodse maatregelen en de algemene verarming onder de Joodse bevolking verloren velen hun nering. Samuel Hartog, de persoon op deze kaart, woonde inderdaad op Markenstraat 34-1; hij is in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document legt het moment vast waarop hij door de bureaucratie van de marktinspectie zijn legale middel van bestaan verloor. S. Hartog Marktwezen