Archiefdocument
Origineel
November – december 1940. [In het voorgedrukte kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/104/19 1940
DOORGEZONDEN: 20/11
[Bovenaan centraal:]
Spoed
[Hoofdtekst, diagonaal doorgehaald:]
Aan S. Kopec moet med. [medegedeeld] worden bericht
dat hij zijn plaats op de markt als houder
van een voorkeurskaart van de markt
Westerstraat op deze markt geregeld
d.w.z. drie maal in de vier weken
een plaats moet innemen, daar hij
anders van de lijst wordt geschrapt.
22-11-40
de Marktmeester
[In de linker marge:]
Hr. v. Wolff
ter kennisneming
en retour.
P. [initialen] 2/12 '40
[Onderaan:]
Hout 25/11 '40
Afgedaan. Kopec zal geregeld plaats
innemen.
25-11-40
de Marktmeester [onleesbaar/vrbnd]
2/12 '40 Het document is een interne ambtelijke mededeling van de Dienst der Markten (waarschijnlijk in Amsterdam, gezien de verwijzing naar de Westerstraat) uit het najaar van 1940. De kern van de zaak betreft de markthandelaar S. Kopec. Hij is in het bezit van een 'voorkeurskaart' voor de markt in de Westerstraat. Een dergelijke kaart gaf een koopman recht op een vaste standplaats, maar daar stonden strikte regels tegenover.
De Marktmeester constateert dat Kopec zijn plaats te weinig inneemt. De instructie luidt dat Kopec gewaarschuwd moet worden: hij moet minimaal drie van de vier weken aanwezig zijn om zijn rechten (de voorkeurskaart) te behouden. Wordt hier niet aan voldaan, dan wordt hij van de lijst geschrapt. Uit de aantekening van 25 november 1940 blijkt dat de zaak is "afgedaan" en dat de handelaar heeft toegezegd weer geregeld zijn plaats te zullen innemen. De datum op het document, november 1940, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. De genoemde handelaar, Salomon Kopec, was een bekende Joodse marktkoopman in Amsterdam.
Hoewel dit document op het eerste gezicht een louter administratieve kwestie lijkt over marktreglementen, vond dit plaats in een periode waarin de bezetter de bewegingsvrijheid van Joodse burgers stap voor stap begon in te perken. Slechts enkele maanden later, in 1941, zouden Joodse marktkooplieden volledig van de algemene markten zoals de Westerstraat worden geweerd en verbannen worden naar speciaal aangewezen 'Joodse markten'. Dit document toont het laatste moment van de 'normale' bureaucratie voordat de grootschalige uitsluiting van Joodse ondernemers uit het economische leven volledig werd geëffectueerd. M. No S. Kopec