Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie). 19 november 1940. S. Koopee (mogelijk Koopman of Nopee), Weesperstraat 25, Amsterdam. 19 november 1940 Amsterdam //
Weledele Heer daar ik vanmorgen
uw schrijven heb ontvangen en er uit
vernomen heb dat ik de 20 ste novem
ber bij uw zou komen tot mijn spijt
moet ik uw schrijven wegens de slechte
tijd dat ik er geen dag schade kan
lijden voor mijn huishouding nu
zeg ik dat de plaats pas voor 14 dagen
heb nog nageleerd zeer gaarne zou
ik uw willen vragen of ik alstublief
weer maandag mag mee
laten naar zoo ik gewend was
zoo ja dan blijf ik uw Edele Heer
daar dankvoor. Misschien zou uw
zoo vriendelijk willen zijn om mijn
voor maandag daar even willen te
berichten anders zou ik maandag de
moeite doen voor niemandal
het nummer is 33 / 104 / 17 M
S. Koopee van mijn
Weesperstraat 25
Amsterdam I De schrijver van de brief reageert op een oproep om op 20 november ergens te verschijnen (waarschijnlijk een bureau voor sociale zaken of werkverschaffing). De essentie van de brief is een verzoek om uitstel of een wijziging van de afspraak.
De schrijver voert aan dat hij/zij het zich in deze "slechte tijd" (het begin van de Duitse bezetting) niet kan veroorloven om inkomsten te missen ("geen dag schade kan lijden voor mijn huishouding"). Er wordt gevraagd of de betrokkene aanstaande maandag weer "mee mag laten" (mogelijk deelnemen aan een werkproject of uitbetalingsronde), zoals voorheen gebruikelijk was. De brief is beleefd van toon ("Weledele Heer", "uw Edele Heer"), maar spreekt ook van een zekere urgentie en armoede. De afzender vraagt om een schriftelijke bevestiging om te voorkomen dat hij/zij op maandag voor niets ("voor niemandal") komt opdagen. De datum van de brief, november 1940, plaatst het document in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Weesperstraat in Amsterdam was het hart van de Joodse buurt. Gezien het adres en de periode is het zeer waarschijnlijk dat de afzender van Joodse afkomst was en te maken had met de toenemende restricties en economische druk die door de bezetter werden opgelegd.
De referentienummers (33/104/...) duiden op een administratieve afhandeling door een gemeentelijke of overheidsinstantie, zoals de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijke Steun of een tewerkstellingsbureau. Het handschrift en de spelling (zoals "alstublief" en "niemandal") wijzen op iemand uit de arbeidersklasse. De brief geeft een indringend beeld van de dagelijkse overlevingsstrijd en de bureaucratische afhankelijkheid in oorlogstijd. S. Koopee