Archief 745
Inventaris 745-325
Pagina 236
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Zakelijke brief (getypt met schrijfmachine)

1 februari 1940 Aan: Den Heer W.J.v. Blijderveen, Pakhuisafdeeling no. H 27, Centrale Markt, Amsterdam-West

Origineel

Zakelijke brief (getypt met schrijfmachine) 1 februari 1940 Den Heer W.J.v. Blijderveen, Pakhuisafdeeling no. H 27, Centrale Markt, Amsterdam-West DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.

No.37/1/31 M. Amsterdam-West, 1 Februari 1940.
Jan van Galenstraat 14.

                                                    Aan

Verzonden 1/2-40
den Heer W.J.v.Blijderveen,
Pakhuisafdeeling no.H 27,
Centrale Markt,
Amsterdam-West.

        In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde

huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling
op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit,
dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk
Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz.,
voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering,
dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of
aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of
op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toe-
stemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het
aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te
gaan, vóóraf met mij te verstaan.

                                                                De Directeur,

--- Deze brief is een formeel administratief schrijven van de Directie van het Marktwezen. De toon is zakelijk en autoritair, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd.

De kern van de brief bestaat uit drie punten:
1. Formele overdracht: Het toesturen van het getekende en geregistreerde huurcontract voor een pakhuisruimte.
2. Kostenverdeling: Een herinnering aan de wettelijke verplichting (Art. 1619 BW) waarbij de huurder verantwoordelijk is voor "kleine herstellingen" (zoals sloten en ruiten).
3. Reglementering: Een expliciete waarschuwing dat reclame-uitingen op het gehuurde object verboden zijn zonder voorafgaande toestemming van de directie.

De taal bevat diverse archaïsche elementen, zoals de oude spelling ("reparatiën", "zooals", "vóóraf") en plechtstatige formuleringen ("In bijlage dezes heb ik de eer U..."). Er is met de hand een aantekening gemaakt (Verzonden 1/2-40), wat een typisch kenmerk is van een kopie of doorslag voor het eigen archief.

--- De brief is gedateerd op 1 februari 1940. Dit is een historisch interessant moment: Nederland bevond zich in de periode van de mobilisatie, slechts drie maanden voordat de Duitse inval op 10 mei 1940 een einde zou maken aan de neutraliteit. Het document laat zien dat het reguliere civiele en economische leven, zoals de verhuur van opslagruimte op de Centrale Markt in Amsterdam, tot op dat moment ongehinderd doorging.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) aan de Jan van Galenstraat was destijds een gloednieuw en modern complex, geopend in 1934. Het was de spil in de voedselvoorziening van de hoofdstad. De strenge regels met betrekking tot het uiterlijk van de panden (artikel 8 over reclame) wijzen op de wens van de directie om de orde en representativiteit van het terrein te handhaven. De verwijzing naar artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek toont de juridische basis waarop huurovereenkomsten in die tijd rustten; een principe (de onderhoudsplicht voor kleine herstellingen door de huurder) dat in essentie nog steeds in de huidige wetgeving terug te vinden is.

Samenvatting

Deze brief is een formeel administratief schrijven van de Directie van het Marktwezen. De toon is zakelijk en autoritair, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd.

De kern van de brief bestaat uit drie punten:
1. Formele overdracht: Het toesturen van het getekende en geregistreerde huurcontract voor een pakhuisruimte.
2. Kostenverdeling: Een herinnering aan de wettelijke verplichting (Art. 1619 BW) waarbij de huurder verantwoordelijk is voor "kleine herstellingen" (zoals sloten en ruiten).
3. Reglementering: Een expliciete waarschuwing dat reclame-uitingen op het gehuurde object verboden zijn zonder voorafgaande toestemming van de directie.

De taal bevat diverse archaïsche elementen, zoals de oude spelling ("reparatiën", "zooals", "vóóraf") en plechtstatige formuleringen ("In bijlage dezes heb ik de eer U..."). Er is met de hand een aantekening gemaakt (Verzonden 1/2-40), wat een typisch kenmerk is van een kopie of doorslag voor het eigen archief.


Historische Context

De brief is gedateerd op 1 februari 1940. Dit is een historisch interessant moment: Nederland bevond zich in de periode van de mobilisatie, slechts drie maanden voordat de Duitse inval op 10 mei 1940 een einde zou maken aan de neutraliteit. Het document laat zien dat het reguliere civiele en economische leven, zoals de verhuur van opslagruimte op de Centrale Markt in Amsterdam, tot op dat moment ongehinderd doorging.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) aan de Jan van Galenstraat was destijds een gloednieuw en modern complex, geopend in 1934. Het was de spil in de voedselvoorziening van de hoofdstad. De strenge regels met betrekking tot het uiterlijk van de panden (artikel 8 over reclame) wijzen op de wens van de directie om de orde en representativiteit van het terrein te handhaven. De verwijzing naar artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek toont de juridische basis waarop huurovereenkomsten in die tijd rustten; een principe (de onderhoudsplicht voor kleine herstellingen door de huurder) dat in essentie nog steeds in de huidige wetgeving terug te vinden is.

Gerelateerde Documenten 6