Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 9 februari 1940 (gebaseerd op handgeschreven "9/2-'40" en het rode jaartal "1940"). Directie van het Marktwezen, Amsterdam. [Handgeschreven] M. v. d. Linden (waarschijnlijk). [Links boven, handgeschreven en onderstreept]: 37 / 1/32 t/m 35 [in rood]: 1940
[Midden boven, getypt]: DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
Jan van Galenstraat 14.
[Handgeschreven]: M v d Linden 9/2-'40.
[Inhoud, getypt]:
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde
huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling
op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit,
dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk
Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz.,
voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering,
dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of
aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of
op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toe-
stemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het
aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te
gaan, vóóraf met mij te verstaan.
[Rechts onder, getypt]: De Directeur, * Doel: De brief heeft een tweeledig doel: het formeel overhandigen van een afschrift van een geregistreerd huurcontract en het expliciet wijzen van de huurder op specifieke wettelijke en contractuele verplichtingen.
* Kernpunten:
1. De huurder is verantwoordelijk voor kleine herstellingen (zoals rolluiken, ruiten en sloten) op basis van Artikel 1619 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek.
2. Het is de huurder streng verboden om zonder schriftelijke toestemming van de Directeur reclameborden of aankondigingen op het gehuurde pand aan te brengen (Artikel 8 van het contract).
* Toon: De toon is formeel, ambtelijk en gezaghebbend, typerend voor overheidscommunicatie uit die periode ("heb ik de eer", "U gelieve zich"). * Historische context: Het document is gedateerd op 9 februari 1940. Dit is slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Hoewel de brief een alledaagse administratieve kwestie betreft, toont het de normale gang van zaken in het stadsbestuur vlak voor een periode van grote ontregeling.
* Locatie: Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam is de locatie van de Centrale Markthal, die in 1934 werd geopend. Dit was het centrale punt voor de voedseldistributie in Amsterdam.
* Instelling: De "Directie van het Marktwezen" was de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor het beheer van de markten in de stad.
* Juridische context: De verwijzing naar Artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek heeft betrekking op de destijds geldende regels voor huurovereenkomsten, waarbij de zogenaamde "kleine herstellingen" voor rekening van de huurder kwamen.