Dienstbrief / Memorie
Origineel
Dienstbrief / Memorie 18 maart 1939 De Directeur (van een niet nader gespecificeerde afdeling, mogelijk sociale zaken of financiën) Den Heer Directeur der Afdeeling Arbeidszaken, Raadhuis, Alhier [Links boven:]
HG.
[Midden boven, handgeschreven:]
extra
[Links:]
8B/6/1 M.
[Rechts:]
18 Maart 1939.
[Adressering:]
den Heer Directeur
der Afdeeling Arbeidszaken,
Raadhuis,
A l h i e r .
[Body:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat op 14 dezer bedragen van f 52,75, f 11,25 en f 221,36 aan den Gemeente-Ontvanger zijn overgemaakt (vide Uw nota's d.d. 15 Februari 1939 en 31 December 1938 nos. 77/3 P.B., 91/20a P.B. en 91/20b P.B.).
[Ondertekening:]
De Directeur, * Inhoud: De brief dient als officieel bewijs van een financiële transactie. Drie specifieke bedragen zijn op 14 maart 1939 overgemaakt naar de Gemeente-Ontvanger.
* Referenties: De betalingen corresponderen met eerdere nota's (facturen of declaraties) uit december 1938 en februari 1939, aangeduid met dossiernummers (P.B.-nummers).
* Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("Hiermede heb ik de eer U te berichten"), typerend voor de Nederlandse ambtelijke correspondentie uit de vooroorlogse periode.
* Vorm: Getypt op een schrijfmachine met een handgeschreven toevoeging. De term "Alhier" geeft aan dat zowel de zender als de ontvanger zich in hetzelfde gemeentehuis (Raadhuis) of dezelfde stad bevinden. Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin de nasleep van de economische crisis van de jaren '30 nog voelbaar was. De "Afdeeling Arbeidszaken" hield zich in die tijd vaak bezig met werkloosheidsbestrijding en de uitvoering van de werkverschaffing. De overgemaakte bedragen (in totaal f 285,36) waren voor die tijd aanzienlijk (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon voor een arbeider lag toen rond de 20 à 25 gulden). Het document geeft inzicht in de nauwgezette administratieve afwikkeling van geldstromen binnen een gemeentelijke organisatie vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
Samenvatting
- Inhoud: De brief dient als officieel bewijs van een financiële transactie. Drie specifieke bedragen zijn op 14 maart 1939 overgemaakt naar de Gemeente-Ontvanger.
- Referenties: De betalingen corresponderen met eerdere nota's (facturen of declaraties) uit december 1938 en februari 1939, aangeduid met dossiernummers (P.B.-nummers).
- Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("Hiermede heb ik de eer U te berichten"), typerend voor de Nederlandse ambtelijke correspondentie uit de vooroorlogse periode.
- Vorm: Getypt op een schrijfmachine met een handgeschreven toevoeging. De term "Alhier" geeft aan dat zowel de zender als de ontvanger zich in hetzelfde gemeentehuis (Raadhuis) of dezelfde stad bevinden.
Historische Context
Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin de nasleep van de economische crisis van de jaren '30 nog voelbaar was. De "Afdeeling Arbeidszaken" hield zich in die tijd vaak bezig met werkloosheidsbestrijding en de uitvoering van de werkverschaffing. De overgemaakte bedragen (in totaal f 285,36) waren voor die tijd aanzienlijk (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon voor een arbeider lag toen rond de 20 à 25 gulden). Het document geeft inzicht in de nauwgezette administratieve afwikkeling van geldstromen binnen een gemeentelijke organisatie vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.