Archiefdocument
Origineel
[Links boven:]
~~8B/8/2 M.~~
1
[handgeschreven:] 7/4 -'39
[Midden boven, handgeschreven:] extra
[Rood archiefstempel:] ( 8B/7/2 )
[Rechts boven:]
M/G.
[handgeschreven:] r 9
~~21~~ April 193~~8~~. [handgeschreven boven de 8:] 9
Opgaven voor Bydrage aan
Gemeentepensioenfonds
(niet-bedryven).
**den Heer Wethouder**
**voor de Levensmiddelen,**
**A l h i e r.**
[handgeschreven:] 1 April jl. Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. ~~29~~
~~Maart jl.~~ ontvangen stuk No. ~~290~~ [handgeschreven boven 290:] 286 L.M.193~~8~~ [handgeschreven boven 8:] 9 heb ik de eer U hier-
onder de in dit stuk gevraagde gegevens te verstrekken:
a) de som der pensioensgrondslagen op 15 Maart 193~~8~~ [handgeschreven boven 8:] 9 van de
ambtenaren en werklieden, die op dien datum in pensioen-
gerechtigden dienst der Gemeente waren en die hetzy op of
na 1 Mei 1913 voor het eerst in dienst der Gemeente zyn
getreden, hetzy op laatstgenoemden datum reeds in dienst
der Gemeente waren, doch dan krachtens voorloopige aanstel-
ling met tydsbepaling, bedroeg: .......... ~~f 50.171,75;~~
[handgeschreven:] 46.902 -
b) de som der pensioensgrondslagen op 15 Maart 193~~8~~ [handgeschreven boven 8:] 9 van alle
ambtenaren en werklieden, die op dien datum in pensioen-
gerechtigden dienst der Gemeente waren, bedroeg:
~~f 58.695,25;~~
[handgeschreven:] 55.425 -
c) de vermoedelyke middelsom der pensioensgrondslagen, be-
doeld onder a, berekend naar den toestand op 15 Maart ~~1939~~ [handgeschreven boven:] 1940
en 15 September ~~1939~~ [handgeschreven boven:] 1940, zal bedragen: ........ ~~f 51.506,50;~~
[handgeschreven:] 47.939 -
d) de vermoedelyke middelsom der pensioensgrondslagen bedoeld
onder b, berekend naar den toestand op 15 Maart ~~1939~~ [handgeschreven boven:] 1940 en
15 September ~~1939~~ [handgeschreven boven:] 1940 zal bedragen: .......... ~~f 60.030,-.~~
[handgeschreven:] 56.462 ~
Pensionneeringen als bedoeld aan het slot van boven-
bedoeld stuk zullen by myn dienst niet plaats vinden.
**De Directeur,**
--- Dit document is een formele opgave van de pensioengrondslagen van gemeentepersoneel ten behoeve van de afdracht aan het Gemeentepensioenfonds. Het betreft specifiek de personeelsleden die niet werkzaam zijn bij de gemeentebedrijven (de zogeheten "niet-bedryven").
De tekst is zeer gestructureerd en maakt onderscheid tussen:
* Groep a: Personeel in dienst getreden op of na 1 mei 1913, of daarvoor reeds in tijdelijke dienst.
* Groep b: Het totale personeelsbestand in pensioengerechtigde dienst.
* Punten c en d: Prognoses voor de pensioengrondslagen in het volgende jaar.
Opvallend zijn de uitgebreide handgeschreven correcties. Het lijkt erop dat een getypte conceptbrief of een kopie van het voorgaande jaar (1938) is hergebruikt om de cijfers en data voor 1939/1940 vast te leggen. De bedragen zijn naar beneden bijgesteld, wat kan duiden op een inkrimping van het personeelsbestand of een daling in de gemiddelde loonsom bij de betreffende dienst.
--- Het document dateert uit de late jaren '30, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De adressering aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" suggereert dat de afzender de directeur is van een gemeentelijke dienst die belast was met de voedselvoorziening of distributie. In de jaren '30 was dit een belangrijke post vanwege de economische crisis en de voorbereidingen op een mogelijke oorlogssituatie (distributiestelsel).
De spelling ("bydrage", "bedryven", "tydsbepaling") is conform de toen geldende spelling-De Vries en Te Winkel, waarbij de 'ij' vaak als 'y' werd geschreven in ambtelijke stukken. De referentie naar de datum 1 mei 1913 is cruciaal; dit was waarschijnlijk de datum waarop een nieuwe pensioenwet of een specifiek gemeentelijk pensioenreglement van kracht werd, waardoor er onderscheid gemaakt moest worden in de berekeningen voor verschillende groepen werknemers.