Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 29 april 1939. De Directeur (vermoedelijk van de afdeling Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Rechtsboven handgeschreven paraaf en vinkje:]
M. v. [Onleesbaar]
HG.
8B/9/1 M.
29 April 1939.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ter voldoening aan de missive van Uw Ambtgenoot voor de Pensioenen d.d. 27 Januari 1936 No.201 A.P.B. (No.86 L.M.) heb ik de eer U te berichten, dat gedurende het eerste kwartaal 1939 bij het Marktwezen geen werkzaamheden zijn opgedragen aan personen, wien pensioen ex de Pensioenwet 1922 (S.240) was toegekend.
De Directeur,
[Linksonder in rode inkt, omcirkeld:]
8 B/11/1 - v. kw.
4/7/39 [Paraaf] Deze brief is een formeel administratief verslag binnen een gemeentelijk apparaat. De Directeur van de afdeling Marktwezen rapporteert aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over het personeelsbestand in het eerste kwartaal van 1939.
De kern van de boodschap is een "nulmeting": er zijn in die periode geen personen werkzaam geweest die reeds een pensioen genoten op basis van de Pensioenwet 1922. Dit was waarschijnlijk een periodieke controle om te voorkomen dat gepensioneerden onreglementair bijverdienden bij de overheid of om de arbeidsmarkt voor niet-gepensioneerden te beschermen. De brief verwijst naar een instructie ("missive") uit 1936 van de Wethouder voor de Pensioenen, wat duidt op een langdurige administratieve richtlijn. Het document dateert van april 1939, een periode van grote internationale spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, hoewel daar in deze puur ambtelijke tekst niets van te merken is. De term "Marktwezen" duidt op de gemeentelijke dienst die verantwoordelijk was voor de organisatie en het toezicht op markten. In die tijd hadden grote steden vaak gespecialiseerde wethouders, zoals hier de "Wethouder voor de Levensmiddelen". De "Pensioenwet 1922" (Staatsblad 240) was de destijds geldende wetgeving voor de pensioenen van burgerlijke ambtenaren in Nederland. De rode aantekening onderaan met de datum "4/7/39" geeft aan wanneer het document in het archief is verwerkt of afgehandeld voor het betreffende kwartaal. Marktwezen
Samenvatting
Deze brief is een formeel administratief verslag binnen een gemeentelijk apparaat. De Directeur van de afdeling Marktwezen rapporteert aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over het personeelsbestand in het eerste kwartaal van 1939.
De kern van de boodschap is een "nulmeting": er zijn in die periode geen personen werkzaam geweest die reeds een pensioen genoten op basis van de Pensioenwet 1922. Dit was waarschijnlijk een periodieke controle om te voorkomen dat gepensioneerden onreglementair bijverdienden bij de overheid of om de arbeidsmarkt voor niet-gepensioneerden te beschermen. De brief verwijst naar een instructie ("missive") uit 1936 van de Wethouder voor de Pensioenen, wat duidt op een langdurige administratieve richtlijn.
Historische Context
Het document dateert van april 1939, een periode van grote internationale spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, hoewel daar in deze puur ambtelijke tekst niets van te merken is. De term "Marktwezen" duidt op de gemeentelijke dienst die verantwoordelijk was voor de organisatie en het toezicht op markten. In die tijd hadden grote steden vaak gespecialiseerde wethouders, zoals hier de "Wethouder voor de Levensmiddelen". De "Pensioenwet 1922" (Staatsblad 240) was de destijds geldende wetgeving voor de pensioenen van burgerlijke ambtenaren in Nederland. De rode aantekening onderaan met de datum "4/7/39" geeft aan wanneer het document in het archief is verwerkt of afgehandeld voor het betreffende kwartaal.