Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels. Amsterdam, 19 mei 1939. Onbekend (waarschijnlijk een hoofdafdeling of het Pensioenbureau van de Gemeente Amsterdam). SPOED. [stempel in rood]
GEMEENTE AMSTERDAM
Markth. [handgeschreven]
№ 013/10/1 M. 1939 23/5 [stempel en handgeschreven]
No. 907 P.B.
412 h.m. 1939.
Amsterdam, 19 Mei 1939.
Door verschillende personeels-administraties van takken van Ge-
meentedienst is aan het Pensioenbureau gevraagd hoe gehandeld dient te
worden ten aanzien van het verhaal van pensioensbijdragen voor zoover
betreft ambtenaren en werklieden der Gemeente, die opgeroepen zijn om
militairen dienst te verrichten als bedoeld bij de artikelen 39 (1) en
48 (1) van het Ambtenaren- respectievelijk Werkliedenreglement en op
wier salaris of loon als ambtenaar of werkman gekort wordt: het bedrag,
dat zij als jaarwedde of soldij als militair ontvangen.
Met het oog hierop deel ik U mede, dat dezerzijds, in verband
met het feit, dat in het algemeen de met den diensttijd als ambtenaar
of werkman parallel loopende militaire diensttijd mede voor pensioen
geldig is, dezelfde vraag naar voren is gekomen en ik in verband daar-
mede voornemens ben te bevorderen, dat Burgemeester en Wethouders zich
ter zake om inlichtingen zullen wenden tot den Minister van Binnen-
landsche Zaken. Zoodra van dien bewindsman antwoord is ontvangen, zal
ik dit te Uwer kennis brengen.
Intusschen ware, in afwachting van bedoeld antwoord, te volgen de
gedragslijn, vervat in artikel 4 van het Koninklijk Besluit van 28 No-
vember 1922 (Stbl. No. 638) tot vaststelling van de regeling, bedoeld in
artikel 36, 4e lid, der Pensioenwet-1922 (Stbl. No. 240), luidende:
"Indien een ambtenaar tijdelijk geen inkomsten als zoodanig
geniet, wordt het verhaal over het betrokken tijdvak opgeschort.
Het dientengevolge door den ambtenaar schuldig gebleven bedrag
wordt boven de regelmatige korting volgens dit besluit, met ingang
van den dag, waarop de ambtenaar wederom inkomsten als zoodanig
gaat genieten, ingehouden op den voet, waarop de inhouding zou heb-
ben plaats gevonden indien de tijdelijke stilstand van inkomsten
niet had plaats gevonden".
Deze regeling gaat uit van het beginsel, dat onder alle omstandig-
heden een ambtenaar of werkman, zoolang er van een ambtelijk dienstver-
band sprake is, pensioenpremie verschuldigd is.
Aan den Heer Wethouder voor
de Levensmiddelen, FBZ. i.w. [handgeschreven] * Kernvraag: Wat moet er gebeuren met de pensioenafdrachten van gemeenteambtenaren die militaire dienst moeten vervullen? Omdat hun gemeentelijk loon wordt verminderd met hun militaire soldij, ontstaat er onduidelijkheid over de hoogte en inning van de pensioenpremie.
* Besluitvorming: Er is nog geen definitief besluit; de gemeente gaat advies inwinnen bij de Minister van Binnenlandse Zaken.
* Interim-oplossing: Totdat er antwoord is, wordt een Koninklijk Besluit uit 1922 aangehaald. De inning van de premie wordt tijdelijk opgeschort gedurende de militaire dienst, maar de ambtenaar blijft het bedrag wel verschuldigd. Zodra de ambtenaar weer in reguliere dienst treedt, wordt het achterstallige bedrag alsnog (extra) ingehouden op het salaris.
* Juridische grondslag: De brief verwijst naar de Pensioenwet-1922 en het Ambtenaren- en Werkliedenreglement van de gemeente Amsterdam. * Historische context: De brief dateert van mei 1939. Dit is slechts vier maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de algemene mobilisatie in Nederland (augustus 1939). De internationale spanningen liepen hoog op, waardoor steeds meer gemeenteambtenaren werden opgeroepen voor militaire oefeningen of voormobilisatie. Dit document toont de administratieve voorbereidingen en de juridische complicaties die dit meebracht voor de gemeentelijke organisatie.
* Sociale context: De regeling onderstreept de continuïteit van het ambtelijk dienstverband; ook tijdens militaire afwezigheid blijft men pensioen opbouwen, maar draagt men ook de last van de premiebetaling achteraf.
* Bestuurlijke context: De adressering aan de 'Wethouder voor de Levensmiddelen' is opvallend. In tijden van oorlogsdreiging was dit een cruciale post in verband met de distributie en voedselvoorziening van de stad Amsterdam. De handgeschreven toevoeging "FBZ" staat waarschijnlijk voor "Financiën, Belastingen en Ziekenhuiswezen", de afdelingen die direct betrokken waren bij salarisadministratie.