Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 115
Dossier 93
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

21 mei 1940.

Origineel

21 mei 1940. DIRECTIE MARKTWEZEN
AMSTERDAM

Vervolg No. 1 van brief dd. 21 Mei 1940
No. M. aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, alhier.

  1. De grossiers.
    De voor hen bestemde producten zullen (zooveel mogelijk) moeten worden aangevoerd per schuit of per spoor. Blijft eenige benzine beschikbaar, dan dient deze, naar het eenstemmig oordeel der door mij geraadpleegde vertegenwoordigers, allereerst te worden gesteld ter beschikking van de op de Centrale Markt werkzame expediteurs. Dezen zullen die benzine dan dienen te gebruiken overeenkomstig dezerzijds te geven aanwijzingen, teneinde den aanvoer naar de Markt te verzorgen vanuit plaatsen, die moeilijk te water, noch per spoor bereikbaar zijn, of voor den aanvoer van snel bederfelijke waren, zooals zacht fruit. (Hetgeen hier voor ten aanzien van de grossiers is opgemerkt, geldt evenzeer voor de aardappelgrossiers, als voor die in groente en fruit.)

B. De afvoer van de Centrale Markt.
Het zal waarschijnlijk aanbeveling verdienen den afvoer te regelen, door de stad in wijken te verdeelen, waarheen de beschikbare vervoersmiddelen moeten worden gericht, ten behoeve van alle in die wijken gevestigde kleinhandelaren. Als vervoersmiddelen komen zoowel vaartuigen, als met paarden bespannen wagens, handkarren, bakfietsen en dergelijke in aanmerking. Voorloopig kunnen kleinhandelaren, die over eigen bakfietsen of handkarren beschikken, worden vrijgelaten om deze te eigen behoeve te gebruiken; indien er kleinhandelaren zijn die echter over meer vervoerscapaciteit beschikken dan voor bedrijf noodig is, (dan dienen deze) worden verplicht om in omgeving wonende vakgenooten te helpen, door ook voor hen te vervoeren.

Het zal, naar het oordeel van alle geraadpleegde vertegenwoordigers, niet mogelijk zijn om bij den afvoer van producten van de Centrale Markt van de Gemeentetram gebruik te maken. Daartoe zouden de producten eerst naar de Frederik Hendrikstraat moeten worden gebracht en daar zou ongetwijfeld ernstige stagnatie in het tramverkeer optreden, indien tramwagens er geruimen tijd zouden moeten stilhouden om te worden geladen. Dit document is een ambtelijk schrijven over de organisatie van de voedselvoorziening in Amsterdam. De kernpunten zijn:
* Schaarste aan brandstof: De nadruk ligt op vervoer per schuit of spoor. Benzine is uiterst schaars en wordt alleen toegewezen aan expediteurs voor specifieke taken (onbereikbare plekken of bederfelijke waar).
* Vervoersalternatieven: Er wordt gekeken naar niet-gemotoriseerd transport: paard en wagen, handkarren en bakfietsen.
* Solidariteit en dwang: Kleinhandelaren met 'overcapaciteit' (meerdere bakfietsen/karren) worden verplicht om voor collega's in de buurt te rijden.
* Infrastructuur: Het gebruik van de Amsterdamse Gemeentetram voor goederenvervoer wordt expliciet afgewezen vanwege de logistieke hinder bij de Frederik Hendrikstraat.
* Status van het document: De vele handgeschreven correcties (zoals het vervangen van 'driewielers' door 'bakfietsen') wijzen erop dat dit een conceptversie of een geannoteerd werkexemplaar is. De datum, 21 mei 1940, is cruciaal. De Nederlandse capitulatie had slechts zes dagen daarvoor plaatsgevonden (15 mei). Amsterdam bevond zich in de eerste week van de Duitse bezetting.

Direct na de inval ontstond er een acute noodzaak om de voedseldistributie in de grote steden veilig te stellen. De Duitse bezetter vorderde onmiddellijk grote hoeveelheden brandstof en voertuigen op, waardoor de Directie Marktwezen genoodzaakt was om onmiddellijk over te schakelen op een distributiesysteem dat gebaseerd was op spoor, water en mens-/paardenkracht. De "Centrale Markt" (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was hierbij de spil voor de gehele stad. Dit document toont de ambtelijke improvisatie in de overgang naar een oorlogseconomie.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk schrijven over de organisatie van de voedselvoorziening in Amsterdam. De kernpunten zijn:
* Schaarste aan brandstof: De nadruk ligt op vervoer per schuit of spoor. Benzine is uiterst schaars en wordt alleen toegewezen aan expediteurs voor specifieke taken (onbereikbare plekken of bederfelijke waar).
* Vervoersalternatieven: Er wordt gekeken naar niet-gemotoriseerd transport: paard en wagen, handkarren en bakfietsen.
* Solidariteit en dwang: Kleinhandelaren met 'overcapaciteit' (meerdere bakfietsen/karren) worden verplicht om voor collega's in de buurt te rijden.
* Infrastructuur: Het gebruik van de Amsterdamse Gemeentetram voor goederenvervoer wordt expliciet afgewezen vanwege de logistieke hinder bij de Frederik Hendrikstraat.
* Status van het document: De vele handgeschreven correcties (zoals het vervangen van 'driewielers' door 'bakfietsen') wijzen erop dat dit een conceptversie of een geannoteerd werkexemplaar is.

Historische Context

De datum, 21 mei 1940, is cruciaal. De Nederlandse capitulatie had slechts zes dagen daarvoor plaatsgevonden (15 mei). Amsterdam bevond zich in de eerste week van de Duitse bezetting.

Direct na de inval ontstond er een acute noodzaak om de voedseldistributie in de grote steden veilig te stellen. De Duitse bezetter vorderde onmiddellijk grote hoeveelheden brandstof en voertuigen op, waardoor de Directie Marktwezen genoodzaakt was om onmiddellijk over te schakelen op een distributiesysteem dat gebaseerd was op spoor, water en mens-/paardenkracht. De "Centrale Markt" (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was hierbij de spil voor de gehele stad. Dit document toont de ambtelijke improvisatie in de overgang naar een oorlogseconomie.

Gerelateerde Documenten 6