Getypte ambtelijke brief/memorandum (doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum (doorslag). 21 mei (vermoedelijk 1940, gezien de referentie "z 40" en de historische context). 1 21 Mei z 40
37/28/2 den Heer Wethouder voor de
Alhier. Levensmiddelen,
voor zoo ver die beschikbaar zijn.
3. De ± 200 grossiers.
De voor hen bestemde producten zullen, zooveel
mogelijk, moeten worden aangevoerd per schuit of per spoor.
Blijft eenige benzine beschikbaar, dan dient deze, naar het
eenstemmig oordeel der door mij geraadpleegde vertegenwoor-
digers, allereerst te worden gesteld ter beschikking van de
op de Centrale Markt werkzame expediteurs. Dezen zullen die
benzine dan dienen te gebruiken overeenkomstig dezerzijds te
geven aanwijzingen, teneinde den aanvoer naar de Markt te
verzorgen vanuit plaatsen, die moeilijk te water, noch per
spoor bereikbaar zijn, of voor den aanvoer van snel bederfe-
lijke waren, zooals zacht fruit. (Hetgeen hiervoren ten
aanzien van de grossiers is opgemerkt, geldt evenzeer voor
de aardappelgrossiers, als voor die in groente en fruit.)
B. De afvoer van de Centrale Markt.
Het zal waarschijnlijk aanbeveling verdienen den
afvoer te regelen, door de stad in wijken te verdeelen,
waarheen de beschikbare vervoersmiddelen moeten worden ge-
richt, ten behoeve van alle in die wijken gevestigde klein-
handelaren. Als vervoersmiddelen komen zoowel vaartuigen,
als met paarden bespannen wagens, handkarren, bakfietsen en
dergelijke in aanmerking. Voorloopig kunnen kleinhandelaren,
die over eigen bakfietsen of handkarren beschikken, worden
vrijgelaten om deze te eigen behoeve te gebruiken; zouden er
echter kleinhandelaren zijn, die over meer vervoerscapaci-
teit beschikken, dan voor hun bedrijf noodig is, dan dienen
die te worden verplicht om in hun omgeving wonende vakge-
nooten te helpen, door ook voor hen te vervoeren.
Het zal, naar het oordeel van alle geraadpleegde
vertegenwoordigers, niet mogelijk zijn om bij den afvoer van
producten van de Centrale Markt van de Gemeentetram gebruik
te maken. Daartoe zouden de producten eerst naar de Frederik
Hendrikstraat moeten worden gebracht en daar zou ongetwij-
feld ernstige stagnatie in het tramverkeer optreden, indien
tramwagens er geruimen tijd zouden moeten stilhouden om te * Logistieke uitdaging: Het document beschrijft de noodmaatregelen voor de voedselvoorziening in een tijd van acute schaarste aan gemotoriseerd transport (benzine).
* Prioritering: Benzine wordt enkel toegewezen aan expediteurs voor 'onbereikbare' locaties en bederfelijke waren zoals zacht fruit. Voor het overige wordt teruggegrepen op traditionele methoden: schuiten en treinen voor de aanvoer.
* Stadsdistributie: Voor de 'afvoer' (de distributie naar de winkeliers) wordt een wijksysteem voorgesteld waarbij niet-gemotoriseerd transport (paard-en-wagen, bakfietsen, handkarren) de norm is.
* Solidariteit/Dwang: Er wordt een beroep gedaan op kleinhandelaren met overcapaciteit om collega’s (vakgenooten) te helpen, waarbij zelfs over 'verplichten' wordt gesproken.
* Infrastructuur: Het gebruik van de Amsterdamse Gemeentetram voor goederenvervoer wordt expliciet afgewezen vanwege de verwachte verkeersopstoppingen in de Frederik Hendrikstraat. Dit document dateert van 21 mei 1940, slechts zes dagen na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. De bezetter legde direct beslag op grote voorraden brandstof, waardoor het dagelijks leven en de voedselketen onmiddellijk ontregeld raakten. De gemeente Amsterdam moest in allerijl plannen maken om de stad te blijven voeden. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. Het document weerspiegelt de overgang van een moderne, gemotoriseerde samenleving terug naar een economie die afhankelijk is van spierkracht en waterwegen, een situatie die gedurende de bezettingsjaren alleen maar nijpender zou worden.