Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 120
Dossier 68
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

31 mei 1940. Van: De Directeur van de Gemeente-Arbeidsbeurs. Dossier: 2135, 37/28/3, 493

Origineel

31 mei 1940. De Directeur van de Gemeente-Arbeidsbeurs. No.37/28/3 M.1940 AFSCHRIFT.
No.493 L.M.1940.
GEMEENTE ARBEIDSBEURS.

No.2135 G.A.B.1940. Amsterdam, 31 Mei 1940.

  Onder terugzending van het mij bij Uw kantschrijven van

25 Mei l.l. No.493 L.M. om advies toegezonden rapport van den
Directeur van het Marktwezen bericht ik U, dat naar mijn oor-
deel aan het instellen van een marktarbeidersreserve gepaard
hoort te gaan het geven van een zeker garantieloon, waartoe de
betrokken werkgevers wel niet bereid zullen zijn.
Overigens ben ik in overleg met genoemden Directeur bereid
alle maatregelen te nemen, die noodig mochten zijn om te allen
tijde aan aanvragen om werkkrachten ter plaatse te kunnen vol-
doen.

                                De Directeur der
                                Gemeente-Arbeidsbeurs.
                                w.g. onleesbaar.

Den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen, Wasch- en
Schoonmaak- n Bad- en Zwem-
inrichtingen,
Raadhuis. In deze brief adviseert de directeur van de Gemeente Arbeidsbeurs de wethouder negatief over de vorming van een formele 'marktarbeidersreserve' (een pool van beschikbare arbeiders voor de markten). Het belangrijkste struikelblok is financieel: een dergelijke reserve vereist volgens de directeur een 'garantieloon' voor de arbeiders wanneer er geen werk is, een kostenpost waarvan hij verwacht dat de werkgevers die niet willen dragen. In plaats van een formele reserve stelt hij voor om via onderlinge afstemming flexibel in te springen op de vraag naar werkkrachten. De datum van de brief, 31 mei 1940, is historisch saillant. Het is slechts twee weken na de Nederlandse capitulatie. Uit het document blijkt dat de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam direct na de machtsovername door de bezetter in eerste instantie onverstoorbaar doorwerkte aan lopende sociaal-economische dossiers. De betreffende wethouder (Levensmiddelen) was in de beginnende bezettingstijd een sleutelfiguur vanwege de opkomende schaarste en de noodzaak tot regulering van de voedselvoorziening en distributie via de markten. De genoemde 'marktarbeiders' waren essentieel voor het laden en lossen van goederen op deze distributiepunten. Marktwezen

Samenvatting

In deze brief adviseert de directeur van de Gemeente Arbeidsbeurs de wethouder negatief over de vorming van een formele 'marktarbeidersreserve' (een pool van beschikbare arbeiders voor de markten). Het belangrijkste struikelblok is financieel: een dergelijke reserve vereist volgens de directeur een 'garantieloon' voor de arbeiders wanneer er geen werk is, een kostenpost waarvan hij verwacht dat de werkgevers die niet willen dragen. In plaats van een formele reserve stelt hij voor om via onderlinge afstemming flexibel in te springen op de vraag naar werkkrachten.

Historische Context

De datum van de brief, 31 mei 1940, is historisch saillant. Het is slechts twee weken na de Nederlandse capitulatie. Uit het document blijkt dat de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam direct na de machtsovername door de bezetter in eerste instantie onverstoorbaar doorwerkte aan lopende sociaal-economische dossiers. De betreffende wethouder (Levensmiddelen) was in de beginnende bezettingstijd een sleutelfiguur vanwege de opkomende schaarste en de noodzaak tot regulering van de voedselvoorziening en distributie via de markten. De genoemde 'marktarbeiders' waren essentieel voor het laden en lossen van goederen op deze distributiepunten.

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6