Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 13 augustus 1940. Rijksverkeersinspectie, District Utrecht. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. RIJKSVERKEERSINSPECTIE.
DISTRICT UTRECHT.
№ 37/20/15 M. 1940 14/8
No. JvdB
Bericht op apostille schrijven van 5 Augustus '40
UTRECHT, den 13den Augustus 1940
West v.d. Duynstr. 1 [doorgehaald: Wed 4]
Telefoon 19567
No. Afd.
Onderwerp:
Aanvraag meer benzine (eigen vervoer)
Aantal bijlagen:
In antwoord op Uw nevenvermeld schrijven heb ik de eer U mede te deelen, dat ik aan H. Verwoerd, Loenen aan de Vecht, alsnog een extra-toewijzing van 100 l motorbrandstof heb verstrekt.
Ik moge U in dit verband erop wijzen, dat het, gezien de huidige schaarste aan motorbrandstof, in mijn district ten eenenmale onmogelijk is, een verzoek om 1000 liter per maand, zooals aanvrager deed, ook maar bij benadering in te willigen, zij het dan ook voor [handgeschreven tussenvoegsel] vrij belangrijk vervoer.
De Rijksinspecteur van het Verkeer,
namens dezen,
De Chef van de afdeeling Eigen vervoer,
[Handtekening: P. J. Moll]
(P. J. Moll)
AAN Den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan v. Galenstr. 14,
Amsterdam.
Model nº. 102 a * Inhoud: De Rijksverkeersinspectie in Utrecht reageert op een verzoek om extra motorbrandstof voor een zekere H. Verwoerd uit Loenen aan de Vecht. Hoewel er een kleine extra toewijzing van 100 liter wordt gedaan, wordt de oorspronkelijke aanvraag van 1000 liter per maand resoluut afgewezen.
* Kernboodschap: De schaarste aan brandstof is zo groot dat zelfs voor "vrij belangrijk vervoer" geen grote hoeveelheden brandstof kunnen worden toegekend. De verzochte hoeveelheid (1000 liter) wordt als volstrekt onmogelijk bestempeld.
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U mede te deelen", "ten eenenmale onmogelijk"). Er is een handgeschreven correctie/toevoeging ("voor") in de tekst aangebracht om de zin grammaticaal kloppend te maken. * Historische context: Het document dateert van augustus 1940, slechts drie maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting.
* Schaarste en Distributie: Direct na de inval voerden de bezettingsautoriteiten rantsoenering in voor strategische goederen zoals benzine. De Rijksverkeersinspectie was verantwoordelijk voor het strikt reguleren van de schaarse brandstofvoorraden, die primair voor de Duitse oorlogsindustrie en noodzakelijke voedselvoorziening werden gereserveerd.
* Marktwezen: De brief is gericht aan de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam (gevestigd aan de Jan van Galenstraat, de locatie van de Centrale Markthallen). Dit wijst erop dat de aanvraag waarschijnlijk gerelateerd was aan het transport van goederen of levensmiddelen voor de Amsterdamse markt, wat de opmerking over "vrij belangrijk vervoer" verklaart. Zelfs voor de voedselvoorziening was de brandstof in deze periode echter uiterst beperkt beschikbaar.