Handgeschreven brief (correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (correspondentie). 2 oktober 1940. G. Blokmaker (gevestigd aan de Van Beuningenstraat 49-I). № 37/23/24 M. 1940 3/10
Aan den Wel Edele Heer Directeur Centrale Markt.
Mijnheer,
[Aantekening rechtsboven: m. De Jong / Th. Brouwer]
Bij een onderhoud, dat ik vermocht te hebben met
een Uwer Ambtenaren n.l. den Heer Jochems.
(ik was voor het geven van eenige inlichtingen ten zijne
Bureele ontboden) vernam ik, dat de mogelijkheid
bestaat van een nog grootere inkrimping der
Benzine vergunningen, hetgeen voor veel Handelaren
een verslechtering voor het vervoer hunner goederen
mee brengt. Des gevraagd door den Heer Jochems of
het mij mogelijk was meer paarden en wagens op de
markt te brengen was mijn antwoord hierop beves-
tigend vooral als een en ander geschieden kan in
overleg met Marktwezen. De Heer Jochems zeide
mij, een schrijven te richten aan U. Hopende dat
dit aanleiding kan zijn tot een persoonlijk onderhoud
met U Ed. Ter nadere uiteenzetting van een en
ander verblijf ik na beleefden groet.
Hoogachtend
G Blokmaker,
v Beuningenstr 49 I
Amsterdam
2 Oct 1940. De brief is geschreven door G. Blokmaker, vermoedelijk een transportondernemer, aan de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de brief is de dreigende brandstofschaarste. Tijdens een gesprek met een ambtenaar (de heer Jochems) heeft Blokmaker vernomen dat de benzinevergunningen verder ingekrompen zullen worden. Dit zou de bevoorrading door handelaren bemoeilijken.
Blokmaker stelt voor om als alternatief meer paarden en wagens in te zetten voor het vervoer op de markt. Hij geeft aan dat hij hiertoe bereid is, mits dit in goed overleg met de afdeling 'Marktwezen' gebeurt. Hij verzoekt om een persoonlijk onderhoud met de directeur om zijn voorstel nader toe te lichten. Het document dateert van oktober 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode begon de schaarste aan grondstoffen en brandstoffen direct voelbaar te worden. De bezetter stelde strenge rantsoeneringen in voor benzine, waardoor gemotoriseerd transport voor civiele doeleinden vrijwel onmogelijk werd.
Deze brief illustreert de praktische gevolgen van die schaarste voor de voedselvoorziening en handel in Amsterdam. De terugkeer naar paard-en-wagen was in deze jaren een bittere noodzaak voor veel ondernemers om hun goederen nog bij de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) te krijgen. De Centrale Markt was destijds de spil in de voedseldistributie van de stad. G. Blokmaker U. Hopende Marktwezen