Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad").
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad"). [Kader linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. No. 8A/139/1 1939
DOORGEZONDEN: 26/10-39
[Hoofdtekst]
Er zijn $\underline{16}$ Kreekhutten.
Momenteel $\underline{1}$ chef - $\underline{1}$ opziener + $\underline{25}$ controleurs-
dienst.
$\left. \text{Wiben haalt zijn klem in Kaartenkantoor -} \atop \text{Wiebenga & Plakke en Jochems klem op Kamer 117.} \right}$
Noodig zijn dus 22 Kreekhutten.
$\text{\sout{Zeven Kreekhutten van hout}}$
worden, door controleurs bijgemaakt
met het hout van sloopwerk.
[Onderaan midden, handtekening/datum] J v G [?] 16/11-39
[Rechtsonder in rood]
8A/139/217
18/11/39 Hg [?] * Inhoud: Het document is een interne notitie betreffende de huisvesting of werkruimte van personeel, specifiek de noodzaak voor meer zogenaamde "Kreekhutten".
* Probleemstelling: Er zijn momenteel 16 hutten beschikbaar. Er wordt melding gemaakt van ruimtegebrek ("klem") voor specifieke medewerkers (Wiben, Wiebenga, Plakke en Jochems) die momenteel in het Kaartenkantoor en Kamer 117 werken.
* Berekening: Op basis van de personeelssterkte (1 chef, 1 opziener, 25 controleurs) en de huidige krappe behuizing van de genoemde personen, stelt de schrijver vast dat er in totaal 22 Kreekhutten nodig zijn (een tekort van 6).
* Oplossing: Er wordt voorgesteld om de extra hutten door de controleurs zelf te laten bouwen, waarbij gebruik wordt gemaakt van hout afkomstig van sloopwerkzaamheden. Een eerdere notitie over "zeven" hutten is doorgehaald en gecorrigeerd naar het proces van bijmaken. Dit document is vrijwel zeker afkomstig uit de administratie van de Dienst der Zuiderzeewerken of de Directie van de Wieringermeer, belast met de ontginning van de Noordoostpolder. De term "Kreekhutten" verwijst naar de tijdelijke houten onderkomens die in de jaren '30 en '40 werden gebruikt door polderwerkers en opzichters nabij de werklocaties (vaak langs de kreken in het pas drooggevallen land).
De datum (oktober/november 1939) plaatst dit schrijven in de vroege fase van de aanleg van de Noordoostpolder, vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (waarin Nederland op dat moment nog neutraal was). De schaarste aan materialen, gesuggereerd door het gebruik van "hout van sloopwerk", is kenmerkend voor de improvisatie die nodig was bij de grootschalige ontginning onder oorlogsdreiging en latere bezetting. De referentienummers (startend met 8A) zijn typerend voor het archiefsysteem van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP). M. No