Ambtelijke notitie / Interne memo.
Origineel
Ambtelijke notitie / Interne memo. [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 37/54/2, 1940.
DOORGEZONDEN: 11/4 - '40.
[Rechtsboven]
H. Beverne
[Margenotitie links, behorend bij nrs 1 en 2]
met Th. Beverne besproken. Voortaan wordt aan 2 tuinders die ieder plaats hebben niet meer een derde plaats in gezamenlijk gebruik gegeven
19 - 12 - '40
[Paraaf]
[Hoofdtekst midden, tussen haakjes]
( Aan de gevallen dat 2 tuinders ieder een plaats bezetten tezamen nog een 3e plaats, zou ik graag een eind gemaakt willen zien. - Hoe kan dat?
( De gevallen dat enkele kleine tuinders vanaf de opening der C.M. tezamen één plaats bezetten, kunnen zonder meer gehandhaafd worden.
6-5-40. Whaas
[Genummerde punten onderaan]
1 Kan m.i. niet eerder veranderd worden dan met 1 Jan. '41. In December 1940 deze kwestie nogmaals bespreken.
2 Wij zullen waken, dat geen nieuwe gevallen ontstaan.
Vees 7/5 40
[Rood gestempeld kader: Accoord, rep. 1 Dec. '40]
Whaas
[Voetnoot links]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een administratieve afhandeling van een beleidswijziging betreffende de toewijzing van marktplaatsen aan tuinders. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee situaties:
1. Inefficiëntie/Onrechtmatigheid: Gevallen waarbij twee tuinders, die elk reeds over een eigen standplaats beschikken, gezamenlijk ook nog een derde plek bezetten. De schrijver wil hier "een eind aan gemaakt zien".
2. Toelaatbare samenwerking: Kleine tuinders die gezamenlijk slechts één plek delen (waarschijnlijk uit kostenoverwegingen of wegens beperkt aanbod). Deze bestaande situatie sinds de opening van de "C.M." mag blijven bestaan.
Er wordt besloten dat de wijziging (het verbod op de extra derde plek) niet direct kan ingaan, maar per 1 januari 1941 geëffectueerd moet worden. De voortgang wordt bewaakt via een herinnering in december 1940, zoals blijkt uit de rode stempel en de definitieve aantekening in de kantlijn op 19 december. De afkorting "C.M." verwijst zeer waarschijnlijk naar de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934), waar de groothandel in groente en fruit plaatsvond. De datering is historisch gezien interessant: de correspondentie begint vlak voor de Duitse inval (april 1940) en loopt door tijdens de eerste maanden van de bezetting. Het document illustreert dat het civiele en gemeentelijke apparaat (in dit geval de marktmeester of de afdeling Algemene Zaken) zijn reguliere werkzaamheden en reglementering voortzette onder de nieuwe omstandigheden. Het gebruikte formulier "Model No. 14" uit 1937 duidt op een gestandaardiseerd gemeentelijk archiefsysteem.