Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen. 18 juli 1940 (verzonden op 19 juli 1940). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Raadhuis, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven, boven midden:] verzonden 19/7
[Handgeschreven, rechtsboven:] m. Müller [?]
[Getypt:]
HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
Raadhuis,
A l h i e r .
37/59/6 M. 2 18 Juli 1940.
Vervanging groote personen-
dienstauto's door kleinere
en goedkoopere wagens.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 3 Mei jl. om advies ontvangen stukken no.425 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat thans, in verband met de wijziging van artikel 5 van het Reglement op de Centrale Markt, weder een intensieve contrôle op de leurders in de stad wordt gehouden.
Mijnerzijds bestaat derhalve geen bezwaar, dat de thans voor dit doel beschikbare auto wordt vervangen door een kleinen wagen (4 persoons stalen carrosserie), zooals is voorgesteld in het zich onder de stukken bevindende rapport van den Bedrijfs-economischen Adviseur d.d. 15 April jl. no. 5/259 Fin. '40.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies betreffende de efficiëntie en kostenbesparing binnen de Amsterdamse gemeentelijke diensten. De directeur van de betreffende dienst stemt in met het voorstel van de Bedrijfs-economisch Adviseur om grote dienstwagens te vervangen door kleinere modellen met een "stalen carrosserie".
De noodzaak voor het aanhouden van een voertuig wordt gerechtvaardigd door de handhaving op "leurders" (straatverkopers). Door een wijziging in het Reglement op de Centrale Markt is er extra toezicht nodig op deze groep in de stad. Het taalgebruik is formeel en typerend voor de Nederlandse administratie van die tijd ("heb ik de eer U te berichten", "mijnerzijds"). De datum, 18 juli 1940, plaatst dit document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (slechts twee maanden na de capitulatie). Hoewel de bezetting nog vers was, draaide de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam door. De portefeuille "Levensmiddelen" was onder de oorlogsomstandigheden cruciaal vanwege de beginnende schaarste en de invoering van de distributie.
De overstap naar "kleinere en goedkoopere wagens" kan gezien worden in het licht van algemene bezuinigingen, maar ook als een voorbode van de brandstoftekorten en vorderingen van materieel die de oorlogsjaren zouden kenmerken. De "Centrale Markt" (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening in Amsterdam; de controle op leurders was essentieel om de zwarte handel en ongereguleerde verkoop van schaarse levensmiddelen in de hand te houden.