Doorslag van een officiële kennisgeving/brief.
Origineel
Doorslag van een officiële kennisgeving/brief. 19 november 1940. De Directeur van de Centrale Markt in Amsterdam. extra
HG.
den Heer G.Visser,
Pluvierstraat 19,
Amsterdam-Noord.
37/59/20 M. 19 November 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U op Donderdag 7 November jl.
6 bakken spruiten heeft betrokken van een niet op de Centrale Markt
gevestigden grossier. Dit is in strijd met artikel 5 van het Regle-
ment op de Centrale Markt. In verband hiermede heb ik U, ingevolge
artikel 35 lid 1 van dit Reglement, voorwaardelijk gestraft met
ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den
tijd van één dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien
U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan overtreding van
het Reglement op de Centrale Markt schuldig maakt.
De Directeur, De brief is een officiële berisping en voorwaardelijke strafoplegging aan een handelaar, de heer G. Visser. De overtreding betreft het inkopen van goederen (6 bakken spruiten) buiten de officiële kanalen van de Centrale Markt om. Volgens het reglement was het verplicht om zaken te doen met grossiers die op de markt zelf gevestigd waren.
De opgelegde straf is een ontzegging van de toegang tot de markt voor de duur van één dag. Echter, deze straf is voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. Dit wijst op een streng handhavingsbeleid van de marktvoorschriften, waarbij zelfs relatief kleine overtredingen (het "betrekken" van 6 bakken groente) schriftelijk werden vastgelegd en bestraft om de centrale controle over de voedseldistributie te behouden. Het document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een interne marktregel overtreedt, moet deze gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel.
De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening voor de stad. De autoriteiten hielden strikt toezicht op de handel om zwarte handel te voorkomen en te zorgen dat alle goederenstromen via de officiële, controleerbare wegen liepen. Overtredingen van de marktregels konden in deze periode verstrekkende gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering van kleine handelaren, zoals de heer Visser uit Amsterdam-Noord. G. Visser